Mr. dr. Pel is een kerkrecht jurist die zijn sporen heeft verdiend. Toch zijn zijn kerkrechtelijk opvattingen, zoals verwoord in zijn recente artikel: “Kerk-en-fusie: de gemeente ten onrechte als sluitpost over de fusie tussen GKv en NGK” in het licht van het gereformeerde kerkrecht en zijn beginselen merkwaardig te noemen. Merkwaardig omdat hij het fusieproces onderscheidt in een bestuurlijk en gemeentelijk traject. Die gedachte steunt kennelijk op het feit dat plaatselijke kerken, zijnde gemeenten, zelfstandige entiteiten zijn naar gereformeerd kerkrecht die vrijwillig zijn aangesloten bij een kerkverband. Vanwege de zelfstandigheid van de gemeente en de vrije keuze van de plaatselijke gemeente voor het kerkverband, kan een generale synode niet beslissen voor en over een plaatselijke gemeente binnen haar kerkverband om mee te gaan in een fusie. Zo’n besluit zou in strijd zijn met de plaatselijke autonomie van de gemeente en is daarmee onrechtmatig.

 

Wederkerige overeenkomst

Hoewel de redenering op zichzelf begrijpelijk is, berust deze opvatting op een misverstand. Het klopt dat naar gereformeerd kerkrecht plaatselijke kerken zelfstandige kerken zijn. Zij zijn vrijwillig tot een verband van kerken toegetreden zonder dat zij hun zelfstandigheid hebben verloren. Echter, met het toetreden tot een kerkverband zijn de kerken die behoren tot het kerkverband ten opzichte van elkaar als het ware contractpartijen geworden bij een wederkerige overeenkomst. Deze wederkerige overeenkomst schept, over en weer, rechten en plichten. Kenmerkend daarbij is dat het nakomen van de rechten en plichten niet afdwingbaar zijn, ondanks dat zij wel verplichtend zijn. Dit betekent dat als het kerkverband in haar overeenkomst een bepaalde bevoegdheid toekent aan een orgaan binnen het kerkverband, de plaatselijke kerken ten aanzien daarvan, afzien van hun eigen bevoegdheid op dat punt. Bovendien betekent het toekennen van bevoegdheid ook als uitgangspunt gebondenheid aan die bevoegdheid voor de plaatselijke kerken. Het is kenmerkend voor gereformeerde kerkverbanden dat plaatselijke kerken weliswaar niet hun bevoegdheden over bepaalde zaken opgeven, maar wel dat zij die bevoegdheden hebben gemandateerd aan kerkelijke organen binnen het kerkverband. Dat kerkelijk orgaan mag dan uit naam van de plaatselijke kerken bevoegdheden uitoefenen en besluiten nemen namens die plaatselijke kerken. 

 

Voldoende basis

Pel stelt zich op het standpunt dat het de generale synode aan mandaat zou ontbreken van de plaatselijke kerken om ook in hun naam te besluiten tot een fusie met de NGK. Volgens Pel ontbreekt een kerkordelijke grondslag en is dat ook wel logisch dat zij ontbreekt omdat dit zich ook niet zou verdragen met het gereformeerde kerkrecht en haar grondbeginselen. Echter, dat is onjuist. Hoewel in de vigerende kerkorde van de GKv, ex artikel E67.4, de bevoegdheden van de generale synode wat ongelukkig lijken te  zijn geformuleerd, blijkt, in het licht van de rechtsgeschiedenis van dit artikel, er voldoende basis voor de generale synode om een fusiebesluit te nemen dat ook onmiddellijk de plaatselijke kerken bindt. Die bevoegdheid is niet in strijd met de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken, maar juist gebaseerd op het mandaat van die kerken. De Dordtse Kerkorde, waarvan de GKv kerkorde is afgeleid en in feite mede op gebaseerd is, kent immers  afspraken waarbij aan meerdere vergaderingen, zoals de generale synode, zaken worden  overgelaten die mindere vergaderingen, zoals de kerkenraad, zelf niet kunnen doen of die tot de kerken gezamenlijk behoren. Vanouds behoort het streven naar kerkelijke eenheid tot iets wat behoort tot de kerken van de meerdere vergadering in het algemeen. Wie de verschillende acta van de GKv vanaf haar ontstaansgeschiedenis raadpleegt, kan vaststellen dat kerkelijke eenheid tot de taken en bevoegdheden van de generale synode behoren. In de praktijk van het kerkelijk leven functioneert het ook daadwerkelijk zo; ook in de GKv zijn er bijvoorbeeld regelingen voor samenwerkende en samenwerkingsgemeenten. Daarover zijn landelijke afspraken gemaakt en die betreffen synodebesluiten. Het is niet zo dat een plaatselijke zelfstandige kerk niet bevoegd zou zijn om zelf afspraken te maken met elke willekeurige kerk, maar zij maakt van die bevoegdheid geen gebruik, omdat zij dat zo met andere kerken binnen het verband heeft afgesproken. En ook in de kerk geldt dat gemaakte afspraken behoren te worden nagekomen. 

 

Bezwaar ongegrond

Een fusie van het kerkverband is dus bij uitstek iets wat behoort tot de kerken van de meerdere vergadering in het algemeen. De kerken die behoren tot het verband hebben de generale synode gemandateerd om te streven naar en te komen tot kerkelijke eenheid. Daarmee is de bevoegdheid een gegeven, omdat het een zaak betreft, ex artikel E67.4 van de kerkorde, waarvan door de kerken eerder is afgesproken om die gezamenlijk in de generale synode te behartigen. Daarmee is in feite de kern van Pel zijn bezwaar ongegrond. Het klopt dat volgens gereformeerd kerkrecht de plaatselijke kerken zelfstandige kerken zijn. Inderdaad zijn zij op vrijwillige basis toegetreden tot het landelijke kerkverband, maar zij hebben ook gezamenlijk afgesproken dat zaken die de kerkelijke eenheid betreffen tot het mandaat van de generale synode behoren.

 

Bindende rechtskracht

De argumentatie dat het mandaat van de generale synode niet zover gaat dat zij voor individuele kerken kan beslissen om mee te gaan met een fusie van het kerkverband, wordt niet gedragen door een beroep op gereformeerd kerkrecht. Immers, het kerkrecht van de GKv gaat uit van een presbyteriaal-synodaal stelsel. Kerken worden in dat stelsel door middel van afvaardiging naar meerdere vergaderingen vertegenwoordigd. Het is dus ook niet zo dat er sprake is van een top-down benadering zoals Pel zegt. Een meerdere vergadering is immers niet hoger, maar alleen breder samengesteld. Het principe van het presbyteriaal-synodale stelsel is nu juist dat verondersteld en aanvaard wordt dat kerken in die meerdere vergaderingen vertegenwoordigd zijn. Dat verklaart ook dat voor kerkelijke besluitvorming in de GKv geldt dat een besluit van een kerkelijke vergadering bindende rechtskracht heeft. Die bindende rechtskracht ziet dus ook op binding van plaatselijke kerken aan besluiten van de generale synode. Dergelijke besluiten hoeven niet eerst, voordat zij rechtskracht krijgen, te worden geratificeerd door de plaatselijke kerkenraden, maar hebben uit zichzelf direct bindende rechtskracht. Dit leidt alleen tot een uitzondering  als er sprake zou zijn van een kerkelijk besluit dat in strijd is met Gods Woord of de kerkorde. Voor dat geval is de plaatselijke kerkenraad bevoegd het betwiste besluit niet uit te voeren. Hoewel op de redactie van deze kerkordelijke bepaling kritiek kan worden uitgeoefend, omdat de artikelen F74.1 en F74.4 innerlijk tegenstrijdig zijn, doet dat niet af aan haar bedoeling, namelijk dat er geen gebondenheid is aan besluiten in strijd met Gods Woord of de kerkorde. De consequentie is dat een generale synode bindende besluiten kan nemen voor plaatselijke kerken. Dat is geen hiërarchie of inbreuk op de zelfstandigheid van plaatselijke kerken, maar het toepassen van tussen kerken in de kerkorde gemaakte afspraken. De suggestie die Pel wekt is dat sprake zou zijn van kerkelijke hiërarchie, maar van een top en grondvlak is in de GKv geen sprake. Het gaat uitsluitend om het gemeenschappelijke brede draagvlak van de kerken dat tot uitdrukking komt in synodale besluitvorming. De vrijheid van de kerken is niet in het geding, want kerken hebben immers in alle vrijheid ervoor gekozen de kerkorde als wederkerige overeenkomst van samenwerking te accepteren. Daarbij is het uitgangspunt, zoals de kerkorde ook nadrukkelijk verwoordt, dat besluiten van de kerken in meerdere vergaderingen te allen tijde moeten overeenstemmen met Gods Woord en de kerkorde. In feite kunnen meerdere vergaderingen geen rechtsgeldige besluiten nemen die daarmee in strijd zijn. De zelfstandigheid van plaatselijke kerken komt dan ook onmiddellijk tot uiting bij niet-rechtsgeldige besluiten. Kerkenraden kunnen die - in de woorden van de Gkv kerkorde - niet uitvoeren. 

 

Toetsingsrecht

In zoverre Pel zich beroept op het toetsingsrecht, miskent Pel dat de aard van dat toetsingsrecht niet betekent dat pas na aanvaarding door de plaatselijke kerkenraden kerkelijke besluiten rechtskracht krijgen; die besluiten ontlenen immers hun rechtskracht aan het feit dat zij overeenstemmen met Gods Woord en de kerkorde. De afspraken over besluitvorming in de kerkorde veronderstellen dat zij overeenstemmen met Gods Woord en de kerkorde, zodat het toetsingsrecht een niet op zichzelf staand recht is, maar van toepassing is als er duidelijke en concrete aanwijzingen zijn dat een kerkelijk besluit niet zou voldoen aan de daaraan te stellen voorwaarden en dus mogelijk rechtskracht ontbeert. In de kerkorde van de GKv is bovendien nadrukkelijk bepaald dat besluiten rechtskracht hebben ook als een kerkenraad meent dat het besluit in strijd is met Gods Woord en de kerkorde. Dan hoeft die kerkenraad het besluit niet uit te voeren. Dat impliceert dat de rechtsgeldigheid van dat besluit blijft bestaan. Heel concreet: de inbreng van de plaatselijke gemeente is gewaarborgd in de afvaardiging en vertegenwoordiging van alle kerken in de meerdere vergaderingen en daarom is raadpleging van de gemeente niet nodig. Zij is weer wel nodig als een kerkenraad meent dat aan een besluit rechtskracht ontbreekt omdat het zou  strijden met Gods Woord of de kerkorde of in geweten dat besluit niet kan worden uitgevoerd of kan worden aanvaard. 

 

Analogie

Als de generale synode besluit om te fuseren met de NGK, besluiten de gezamenlijke kerken van de GKv tot die fusie. In het verenigingsrecht geldt bijvoorbeeld ook dat, als twee verenigingen besluiten tot een fusie, de leden van de verenigingen automatisch lid zijn van de nieuwe gefuseerde vereniging. Leden kunnen weliswaar niet tegen hun wil lid zijn van een vereniging, zodat leden hun lidmaatschap van de gefuseerde vereniging moeten opzeggen als zij daarvan geen lid willen zijn.  Naar analogie geldt dit ook bij de fusie van de GKv. Met het fusiebesluit worden alle, tot het kerkverband behorende kerken van GKv, automatisch lid van het nieuwe door fusie ontstane kerkverband. Uiteraard kunnen bezwaren worden geuit tegen het fusiebesluit door het bewandelen van de kerkelijke weg of kan het lidmaatschap van het kerkverband worden beëindigd. 

 

Standaardsituatie

De voorstelling van zaken die Pel geeft van de bevoegdheden van meerdere vergaderingen en de rol van de plaatselijke gemeenten is verkeerd. Het wekt ten onrechte de indruk dat plaatselijke kerken een zelfstandig fusiebesluit zouden moeten nemen. Dat past niet in het presbyteriaal-synodale stelsel waarop de Gkv gestoeld is. Dat er na het fusiebesluit de uitvoeringshandelingen bij de plaatselijke kerken nodig zijn, is logisch; het fusiebesluit brengt rechtsgevolgen met zich mee die tot aanpassingen van bestaande regelingen kunnen leiden. Dat zijn rechtsgevolgen van het fusiebesluit. Om die redenen hoeft de kerkenraad daarvoor niet de instemming van de gemeente te vragen, ondanks dat de kerkenraad er uiteraard wel verstandig aan zou doen de gemeente daarbij goed te betrekken. Het betrekken van de gemeente is verstandig om de gemeente vertrouwd te maken met het nieuwe kerkverband waarvan de gemeente straks onderdeel van uit gaat maken, maar is niet nodig voor de vraag of de gemeente van Christus daardoor wordt gediend of geschaad. Die vraag wekt de suggestie dat de gezamenlijke kerken, in de generale synode bijeen, bij hun besluitvorming geen rekening zouden houden met de vraag of de gemeenten van Christus daardoor worden gediend of geschaad. Dat is niet het geval. Het kan zijn dat een minderheid van kerken de opvatting van de meerderheid niet deelt. Die omstandigheid kan met zich meebrengen dat voor die kerken er gegronde bezwaren zijn tegen een meerderheidsbesluit en daarom tot gewetensbezwaren leiden die het verdragen van het meerderheidsbesluit in de weg staan. Die situatie is echter wel een uitzonderingssituatie. De standaardsituatie is die van de kerkorde, zoals beschreven in artikel A2.1, namelijk dat in de kerk van Christus alles op gepaste wijze en in goede orde moet gebeuren, zodat de vrede wordt gediend, want onze God is immers geen God van wanorde, maar van vrede.

 

Subscribe for updates on all content.

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.