Het is opmerkelijk te lezen dat de organisatoren van het convent de crisissituatie binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken plaatsten in een breder perspectief dan de discussie over vrouw en ambt. Het is een kerkelijk frame dat voortdurend, en kennelijk met succes, rondom kringen van Bewaar het Pand en Christelijk Gereformeerd Beraad wordt uitgedragen. Door de discussie bewust breder te trekken, wordt het eigenlijke onderwerp dat kerken daadwerkelijk verdeeld houdt, de openstelling van de ambten, bewust gerelativeerd. De organisatoren halen er allerlei onderwerpen bij die niet voorliggen op de komende Generale Synode, maar die ook niet de oorzaak zijn dat een aantal classes hun werkzaamheden hebben afgeschaald. Dat wordt louter en alleen veroorzaakt door de controverse over de besluiten betreffende vrouw en ambt. Door een convent te organiseren waar de belangrijke, zo niet de belangrijkste, kwestie niet gepeild wordt, namelijk of de plaatselijke kerken ruimte zien voor het openstellen van de ambten voor vrouwen, wordt bewust aan de kern van het probleem voorbijgegaan.  Dat is immers wat in het bijzonder op de komende Generale Synode voorligt. Dat is zinvoller en logischer dan het voortbestaan van de CGK ter discussie stellen. Grote kans namelijk dat een meerderheid van kerken niet tegen de openstelling van ambten is of dat de meerderheid van kerken die openstelling kan en wil verdragen. Met de vier nú voorliggende scenario’s wordt vakkundig om de hete brei heen gedraaid. Alle vier de scenario’s schieten hun doel voorbij en dat is schadelijk voor het kerkverband en de organisatoren kwalijk te nemen. 

 

Geen oplossing willen

Toegegeven, het lijkt logisch om, naast het probleem vrouw en ambt, te verwijzen naar andere problemen, zoals homoseksuele praxis die in een aantal gemeenten speelt, het Schriftgezag en de verwijzing naar kwesties van kerk-zijn, maar die problematisering komt voort uit het gedachtegoed en de agenda van het Bewaar het Pand en Christelijk Gereformeerd Beraad.  Het is hun agenda die uitgangspunt is voor het convent. Dat blijkt uit teksten in de media als: “Bij voortzetting van de kerken in het bestaande stelsel zal een oplossing gevonden moeten worden voor de tegenstelling die er is tussen de synodale besluitvorming en de besluiten van de plaatselijke kerkenraad. Deze onhoudbare spanning kan niet langer voortbestaan. Hiervoor zal een oplossing gevonden moeten worden waar alle kerken zich vervolgens naar voegen”. En: 'Ons kerkrecht voorziet niet in een oplossing als kerkenraden zich niet (meer) houden aan kerkelijke bepalingen.' Dit is gebaseerd op het frame dat, binnen het kerkverband, plaatselijke kerken structureel kerkelijke besluiten niet naleven. In werkelijkheid is het nakomen van besluiten binnen het kerkverband niet het probleem, want verreweg het overgrote merendeel van de kerkelijke besluiten worden nageleefd; de besluitvorming over de openstelling van de ambten, wordt inmiddels door tenminste een kwart van de kerken inderdaad niet aanvaard. Besluiten over het openstellen van de ambten voor vrouwen zijn alleen controversieel omdat zij door een substantieel deel van de kerken niet kunnen worden aanvaard vanwege gewetensbezwaren. En precies op het punt van gewetensbezwaren voorziet de kerkorde wel in een oplossing. Het is feitelijk en rechtens onjuist te suggereren dat daarvoor geen oplossing is. De werkelijkheid is dat Bewaar het Pand en Christelijk Gereformeerd Beraad en hun sympathisanten geen oplossing willen. In dit verband is het Nieuwsuur-item van 22 mei 2022 over vrouw en ambt veelzeggend als medeorganisator van het convent, Van Vulpen, daarin er geen misverstand over laat bestaan dat het voor hem “niet te dragen” is dat andere kerken binnen het kerkverband de ambten open te stellen. Geen oplossing voor vrouw en ambt willen, is het echte probleem. De impasse waarover de vorige Generale Synode al voortdurend sprak en die nu opnieuw tot speerpunt van het convent is gemaakt, is een dekmantel van tegenstanders van openstelling van ambten, omdat ook zij weten dat het aannemelijk is dat in de breedte van de kerken in meerderheid geen overwegende, laat staan principiële, bezwaren bestaan tegen het openstellen van de ambten. 

 

Schriftgezag als drogreden

Ook een dekmantel, omdat al sinds jaar en dag, en in ieder geval sinds 1998, de argumenten voor en tegen openstelling van de ambten hetzelfde zijn. De structuur van de bezwaren tegen en argumenten voor zijn sinds 1998 niet ten principale veranderd, hooguit dat de argumenten meer uitgewerkt zijn. Bovendien staat vast dat de integriteit van kerkleden die voor openstelling van de ambten voor vrouwen zijn niet in het geding is en  voorstanders van openstelling van ambten niet tuchtwaardig zijn, zodat reeds daaruit blijkt dat het Schriftgezag niet in het geding kan zijn, omdat het onmogelijk is dat in de kerken, zonder enige restrictie, overtuigingen mogen worden uitgedragen die in strijd zouden zijn met de Schrift en zijn gezag. Dat is gewoon niet zo; het is een drogreden om het eigen standpunt te kunnen handhaven en de openstelling van de ambten niet te hoeven gedogen. Dat is het, want als het anders zou zijn, openstelling van ambten zou in strijd met de Schrift zijn en zou voortkomen uit miskenning van het Schriftgezag, was er de plicht, voor kerken - in het bijzonder - van Bewaar het Pand en Christelijke Gereformeerd Beraad signatuur, om zich van een dergelijk kerkverband los te maken; dat is in al die jaren evenwel nooit gebeurd. Bovendien suggeren de synodebesluiten wel dat een andere opvatting over vrouw en ambt in strijd is met het Schriftgezag, maar zij spreken dat beslist niet uit; er wordt steeds gesproken over ‘het raakt aan het Schriftgezag’, maar dat is niet hetzelfde als het ontkennen of miskennen van het Schriftgezag. Het is versluierend taalgebruik dat een zweem van schrift kritische en dwaalleerachtige opvattingen van het minderheidsstandpunt over vrouw en ambt suggereert, terwijl dat door geen enkele synode als zodanig is uitgesproken. Doordat die suggestie steeds boven de markt te laten hangen, is er een argument om gewetens van de synode minderheid te binden. Immers, voor opvattingen die het Schriftgezag aantasten, kan geen ruimte worden gelaten binnen de kerken. 

 

ND-onderzoek

Daarnaast is het een dekmantel van tegenstanders van de openstelling van ambten, omdat ook zij weten dat het aannemelijk is dat in de breedte van de kerk in meerderheid geen overwegende, laat staan principiële, bezwaren bestaan tegen het openstellen van de ambten. Zo publiceerde het Nederlands Dagblad in november 2023 nog een onderzoek waaruit bleek dat de helft van de kerken geen bezwaren heeft tegen het openstellen van de ambten. Het onderzoek betrof een enquête onder kerkenraden. Het is misschien niet vreemd om te veronderstellen dat als deze enquête onder kerkleden zou zijn gehouden, een meerderheid geen bezwaren zou hebben tegen het openstellen van de ambten. Uit de ND-enquête onder kerkenraden bleek voorts dat openstelling van de ambten binnen plaatselijke kerken ook geen splijtzwam is. Uit de uitkomsten valt te veronderstellen, wat ook al vaker is geopperd, dat de afvaardiging naar de Generale Synode geen representatieve weergave is van de verschillende stromingen binnen het kerkverband. De vertegenwoordiging van behoudende kerken lijkt daarin oververtegenwoordigd te zijn wat met zich brengt dat het bij controversiële besluiten ontbreekt aan voldoende draagvlak binnen de kerken wat tot niet-nakoming leidt van die besluiten. Daarom zou, als het daadwerkelijk de bedoeling zou zijn een convent te houden om de impasse te doorbreken, het convent moeten peilen wat de plaatselijke kerken van de openstelling van de ambten vinden. Dat zou vermoedelijk het beeld opleveren zoals uit het ND-onderzoek al bleek. Dan zou mogelijk uit de peiling ook blijken dat het facultatief openstellen van de ambten breed draagvlak heeft en prevaleert boven een kerkscheuring. Echter, dat risico lijkt bewust uit de weg te worden gegaan door de organisatoren van het convent. Het convent is daarmee dus niet anders dan het  afwerken van de agenda van Bewaar het Pand en Christelijk Gereformeerd Beraad; vooral in kringen van Bewaar het Pand is meermalen publiekelijk uitgesproken dat zij zijn uitgepraat, terwijl die boodschap ook in een aantal classes is geconcretiseerd door de classis werkzaamheden af te schalen. Door het Christelijk Gereformeerd Beraad wordt voortdurend gehamerd op het nakomen van de synodebesluiten en wordt voortdurend beroep gedaan op het rapport van de commissie kerk-zijn. 

 

De fuik van een kerkscheuring

Wat er vervolgens ook uit de peiling tijdens het convent komt, elke uitkomst zal kunnen worden uitgelegd als rechtvaardiging om het kerkverband op te breken; als de peiling overtuigend aangeeft dat de meerderheid van kerken vindt dat kerken binnen het kerkverband zich aan alle besluiten moeten houden, ligt daarin grond om dwangmiddelen te introduceren in het kerkrecht om onwillige kerken te dwingen om zich aan de besluiten te houden of om het kerkverband te verlaten. Als de peiling uitwijst dat een meerderheid de ambten wil openstellen, is dat een argument voor Bewaar het Pand en Christelijk Gereformeerd Beraad om op te roepen het kerkverband te verlaten en als er sprake is van een patstelling is die aanleiding om een van de andere drie scenario’s te bepleiten. Linksom of rechtsom de peilingen zijn  in het belang van bezwaarden van openstelling van de ambten. De scenario’s zijn gekozen vanuit hun perspectief. Het convent lijkt daarmee een werktuig van tegenstanders voor het openstellen van de ambten en een middel om een kerkscheuring te forceren en te rechtvaardigen. In geen enkel scenario wordt ook maar millimeter ruimte geboden om te peilen of de ambten toch opengesteld zouden moeten worden al was het maar facultatief, zoals dat destijds wel gebeurde bij vrouwenkiesrecht toen dat in het belang was van de huidige synodale meerderheid. De tegenwerping dat er ook een scenario wordt voorgesteld dat het kerkstelsel wijzigt, in die zin dat meer aan de vrijheid van de kerken zou moeten worden overgelaten, lijkt inderdaad bedoeld om een tussenoplossing te realiseren, maar is een overbodig scenario, want ook in het huidige kerkstelsel kan vrijheid worden geboden aan kerken om zich niet aan bepaalde besluiten te hoeven binden vanwege bijvoorbeeld gewetensbezwaren. De kerken zwemmen met dit convent en de voorgestelde scenario’s de fuik in van een kerkscheuring ondanks alle vrome woorden die daarbij worden gebruikt. 

 

Liefde voor Jezus

Dat stemt verdrietig, maakt moedeloos en roept vervreemding op, omdat vrijwel nergens kritische geluiden zijn te horen en niemand opstaat om hiertegen bezwaar te maken. Dit, terwijl een convent - hoewel kerkrechtelijk op zichzelf best problematisch - mogelijk behulpzaam zou kunnen zijn om de eigenlijke impasse, die over het openstellen van de ambten gaat, te kunnen doorbreken als er gekozen zou zijn voor een juiste opzet en peilingen. Want waar de impasse misschien wel ten diepste overgaat, is het wantrouwen bij de tegenstanders van de openstelling van de ambten tegenover de voorstanders daarvan; de voorstanders worden niet vertrouwd in hun oprechtheid in hun liefde voor Jezus. Het convent zou zich op dat wantrouwen moeten focussen; kerken die met elkaar in gesprek gaan over de vraag: heb je Jezus echt lief, net zoals Jezus na Zijn opstanding die indringende vraag tot driemaal toe aan de apostel Petrus stelde. Jezus zelf blijkt geen andere voorwaarde te stellen voor het weiden van zijn lammeren dan oprechte liefde van Petrus voor Jezus. En Petrus moest, tot zijn verdriet toe, driemaal zijn liefde voor Jezus uitspreken, terwijl Jezus tot driemaal toe genadig bleek, door telkens onmiddellijk na Petrus’ liefdesverklaring aan Jezus, hem op te dragen zijn lammeren te weiden en zijn schapen te hoeden. Petrus’ liefdesverklaring was daarvoor genoeg, ondanks dat Petrus hem vreselijk had verraden. Het was genoeg, ondanks dat Petrus er blijk van had gegeven niet door Jezus te willen worden gered als dat voor Jezus gepaard zou gaan met lijden en kruis; het was genoeg, ondanks dat Petrus er blijk van had gegeven liever zelf het recht in handen te nemen door Malchus het oor af te slaan als reactie op de arrestatie van Jezus. Het was genoeg, ondanks dat hij Getsemane was uitgevlucht toen Jezus gevangen werd genomen. Het was genoeg, ondanks dat Petrus Jezus’ lijden niet begreep en niet aanvaardde door Hem te verraden en daarmee Hem als een baksteen te laten vallen in Jezus’ grootste nood; het was genoeg: Ja Heer U weet toch dat ik van u houdt! En dat is ook vandaag genoeg. Geen daden, maar woorden: Houd je van Jezus is de enige vraag die relevant is om mede arbeider te worden in Gods Koninkrijk; en als Petrus beaamt dat hij echt veel van Jezus houdt, belijdt hij daarmee dat hij van die Jezus houdt, die de Zoon van God is, degene die ook voor hem werd geslagen, gestompt, bespuugt, gegeseld en gekruisigd. Dan heeft Petrus die Jezus lief, die zich tot slaaf liet maken, maar ook die Jezus die opstond uit de dood om vervolgens te verschijnen aan het meer van Tiberias. Petrus heeft die Jezus lief die bewezen heeft de Weg, de Waarheid en het Leven te zijn; Hij is het Woord in eigen Persoon; hij is de Waarheid. En daarom is het genoeg om van Jezus te houden, als het grootste gebod, namelijk om God lief te hebben boven alles; dat is Jezus liefhebben met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht. Dat is genoeg, meer dan genoeg. En daarom zou de CGK in een convent maar één ding hoeven peilen: hebben de CGK kerken de Heer lief? Dat raakt de kern van de impasse. Dan ben je nooit uitgepraat, ook al denk je misschien van wel. Als blijkt dat alle kerken, hoe verschillend ook, voluit beamen en belijden dat zij Jezus liefhebben dan hebben zij Hem lief, de eniggeboren zoon van God, die geboren is uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd en gestorven is, maar op de derde dag opgestaan uit de doden en opgevaren naar de hemel vanwaar Hij weer komen zal om te oordelen de levenden en doden; die Jezus. Dan hoef je niet bang te zijn voor aantasting van Schriftgezag of afwijkende opvattingen over tal van onderwerpen. Dan kun je voluit aanvaarden dat de ander anders denkt over bijvoorbeeld vrouw en ambt en respecteer je elkaar en bied je ruimte. En dan is er zeker geen reden om na te denken en te peilen over scenario’s die de eenheid van het kerkverband op het spel zetten, omdat de reden voor het samenwerkingsverband van CGK-kerken is dat zij alle uitspreken Jezus lief te hebben, dezelfde Jezus die Petrus ook hartstochtelijk liefhad. Die Jezus die Zijn vrede geeft aan eenieder die Hem liefheeft, want Jezus, Hij is onze vrede en doordat de kerken Hem liefhebben, kan er ook vrede binnen het kerkverband zijn, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede. 

 

 

Subscribe for updates on all content.

Een scherpe analyse! Hopelijk lezen degenen die je regardeert deze blog en komt er alsnog openheid en een elkaar zoekend gesprek op die enige basis die je voorstelt.

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Een scherpe analyse! Hopelijk lezen degenen die je regardeert deze blog en komt er alsnog openheid en een elkaar zoekend gesprek op die enige basis die je voorstelt.

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.