Wettig kerkverband

Recent pleitte mr. Pel voor een 'vreedzame oplossing' binnen de CGK door een fictieve splitsing van het kerkverband te aanvaarden. Dit voorstel, hoe goedbedoeld ook, is in de kern een ontkenning van het voortbestaan van het huidige CGK-kerkverband.
Het is cruciaal dat de CGK haar positie helder markeert. Het CGK-kerkverband bestaat én functioneert nog steeds, zowel kerkrechtelijk als civielrechtelijk. De introductie van een 'fictie' dat het verband zou zijn opgehouden te bestaan, is principieel onjuist volgens het geldende kerkrecht. In dit stuk analyseren we waarom het voorstel van Pel onhoudbaar is en wat de consequenties zijn voor het kerkelijk vermogen. Het gaat hier niet om macht, maar om de verantwoordelijkheid de aan de kerk toevertrouwde goederen te beheren.

Wettig kerkverband
Hans Bügel

Op 18 oktober 2025 publiceerde mr. Pel zijn visiestuk, ‘CGK: het kerkverband in geding’ waarbij hij pleit voor een vreedzame oplossing, omdat de eenheid niet meer voorhanden zou zijn binnen de CGK.[1] Op 24 oktober 2025 verscheen, naar aanleiding van dit visiestuk, ook een interview in het Reformatorisch Dagblad.[2] Het visiestuk is anders van toon en inhoud dan het interview van Pel in het RD. In beide gevallen wil Pel de gedachte ingang doen vinden dat de vraag wie het rechtmatige CGK-kerkverband is voor discussie vatbaar is en het daarom beter is deze discussie uit de weg te gaan door er fictief vanuit te gaan dat er niet één rechtmatige voortzetting is van de CGK en ook geen sprake is van een uittredende groep. Pel zijn interview, visiestuk en het daarin opgenomen voorstel zijn echter minder onschuldig dan op het eerste gezicht lijkt. In de kern van de zaak wordt het voortbestaan van het huidige CGK-kerkverband ontkend en betwist. Het is daarom noodzakelijk dat de CGK haar positie tegenover de Rijnsburggroep helder markeert.

Motieven
In het interview is het motief vooral het zoeken van een vreedzame oplossing, maar in het visiestuk is het motief met name dat de Rijnsburggroep de rechtmatige voortzetting is van het CGK-verband. Door de introductie van de fictie dat het ene CGK-kerkverband zich opsplitst in twee nieuwe kerkverbanden, kan de Rijnsburggroep haar pretentie als rechtmatige voortzetting van het CGK-kerkverband handhaven. Daardoor is zij niet langer gebonden aan de organisatiestructuur van het CGK-kerkverband en hoeft zij de besluiten daarvan niet langer voor vast en bondig te houden. Zij kan zich onttrekken aan het gezag en de besluiten van de komende Generale Synode te Hoogeveen. Tot slot kan zij als gelijkwaardige partij aanspraak maken op de verdeling van het materiële en immateriële vermogen van de bestaande CGK. De kern van het pleidooi voor de splitsing van het CGK-kerkverband is dat niet het civiele recht antwoord geeft op de vraag of er sprake is van een voortzetting van het kerkverband, maar het kerkrecht daarop antwoord geeft. Daarom is volgens Pel de civielrechtelijke analyse van De Hek en Zondag in hun notitie betekenisloos, omdat die uit zou gaan van het kerkverband als instituut, terwijl het kerkverband dat, naar maatstaven van het kerkrecht, niet is. Doordat, volgens Pel, het kerkverband niet meer functioneert, is vanuit kerkrechtelijk perspectief ook het kerkverband opgehouden te bestaan. Om die reden komt geen betekenis toe aan het feit dat de voorzieningenrechter de roepende kerk heeft aangewezen. Ook kerkelijke vergaderingen zijn daarom betekenisloos. Vanuit deze gedachtegang valt te begrijpen dat het kerkverband op een dood spoor is gekomen; in deze visie kan het probleem alleen worden opgelost als beide kerkgroepen opnieuw beginnen en zij dus het bestaande kerkverband onderling verdelen, oftewel opsplitsen. Het is daarom ook niet voor niets dat voor Pels voorstel het essentieel is dat het bestaande kerkverband niet wordt aangemerkt als voortzetting van de CGK en de Rijnsburggroep niet wordt gezien als een groep die zich aan het bestaande kerkverband heeft onttrokken.  

Fictie
Toch moet het voorstel van Pel verworpen worden, omdat de daarin geïntroduceerde fictie, dat het huidige kerkverband zou zijn opgehouden te bestaan, naar geldend kerkrecht, in het bijzonder naar de geldende kerkorde van de CGK, principieel onjuist is. Het CGK-kerkverband bestaat zowel in civielrechtelijke als in kerkrechtelijke zin; zij functioneert zowel naar civiel- als naar kerkrecht. De suggestie van Pel dat het civiele recht geen betekenis toekomt, omdat uitsluitend het eigen recht van de kerk, het kerkrecht, van toepassing is, miskent dat tot het kerkrecht de kerkorde van de CGK gerekend moet worden. De kerkorde van de CGK is beslissend voor de vraag over het bestaan en het voortbestaan van de CGK, terwijl daarbij het civielrechtelijke perspectief, ook vanuit de kerkorde, niet zonder betekenis is. Op basis van de geldende kerkorde van de CGK is de conclusie dat Pels argumentatie, dat het bestaande CGK-kerkverband in feite is beëindigd en dat de Rijnsburggroep op grond van het kerkrecht haar rechtmatig voortzet, onjuist.

Wederkerige overeenkomst
Immers, Pel betoogt onder meer, naar de kern genomen, dat het kerkverband ontstaat en bestaat in het samenkomen van de kerken op meerdere vergaderingen en dat de kerken zelf de beslissingsbevoegdheid hebben met wie zijn samenkomen op die vergaderingen dan wel met wie zij het kerkverband in waarheid en eenheid onderhouden. Deze voorstelling van zaken is in strijd met het gereformeerd kerkrecht in het algemeen en de CGK-kerkorde in het bijzonder. Daarvoor is van belang dat het ontstaan van het kerkverband naar gereformeerd kerkrecht aan de zijde van de kerken louter berust op wederzijdse overeenkomst, vrijwillige aaneensluiting, consensus mutuus.[3] Een wederzijdse overeenkomst dus. Deze wederzijdse overeenkomst is de kerkorde zijnde de artikelen, die de orde van de kerken regelen en die zijn vastgesteld en aangenomen met gemeenschappelijk akkoord’, ex artikel 87 K.O.[4] Professor Greijdanus zegt onomwonden dat aan de zijde van de kerken louter sprake is van een wederzijdse overeenkomst. De kerken die tot het kerkverband behoren zijn de partijen bij deze overeenkomst. En deze wederzijdse of wederkerige overeenkomst, die weliswaar vrijwillig door de plaatselijke kerken is aangegaan, bevat verplichtingen voor de kerken die partij zijn bij deze overeenkomst.

Eigenstandige entiteit
In het licht van het vorenstaande houdt ook het argument van Pel geen stand dat het kerkverband kerkrechtelijk geen afzonderlijke institutie, geen eigenstandige entiteit, is die krachtens een besluit ontbonden zou kunnen worden. Voor zover Pel, ter onderbouwing van zijn standpunt, stelt dat het kerkverband geen kerkelijke instelling of institutie is boven de plaatselijke kerken, kan dat aan hem worden toegegeven, maar tegelijk betekent dit niet dat het daarom geen kerkelijkrechtelijke organisatorische entiteit is. Immers, onmiskenbaar is het kerkverband een samenwerkingsverband of verbond van kerken op basis van een tussen deze kerken bestaande eigensoortige, dat is kerkrechtelijke, wederkerige overeenkomst, die de rechten en plichten  en de organisatiestructuur van de samenwerking tussen de kerken regelt en formaliseert. Dat deze wederkerige overeenkomst geen instituut in het leven roept, betekent niet dat er daardoor geen kerkrechtelijke en civielrechtelijke entiteit is ontstaan, die voor de duur van de overeenkomst blijft bestaan. En die verbinding is niet alleen inwendig, maar ook uitwendig, zegt professor Rutgers; zij openbaart zich namelijk in de instelling van de vier kerkelijke vergaderingen, zijnde de kerkenraad, classis, particuliere synodes en de Generale Synode.[5] Het is dus niet juist dat “kerken komen samen .. of niet. Tot de volgende keer … of niet.” zoals Pel schrijft.[6] Zeker, het klopt dat het niet de synode is die daarover beslist, maar het is beslist niet juist dat voor de vraag of kerken samenkomen door de kerken zelf zou worden beslist. Immers, de kerken van het kerkverband hebben daarover met elkaar afspraken gemaakt; en over die afspraken is ook consensus, want die afspraken liggen vast in het gemeenschappelijk akkoord, de kerkorde. En zoals voor elke afspraak geldt, geldt dat ook voor kerkelijke afspraken, die moeten door alle kerken worden nagekomen. Het staat kerkenraden dus niet vrij om zelf te beslissen of zij bijvoorbeeld deelnemen aan de classis of niet. In artikel 41 K.O. is immers zonder voorbehoud afgesproken dat de classicale vergaderingen bestaan uit de kerken van het classicaal ressort, die minstens tweemaal per jaar vergaderen op plaats en tijd door de vergadering vast te stellen.[7] Artikel 87 K.O. bepaalt dat ‘de kerken moeten de artikelen trouw naleven totdat de synode een besluit heeft genomen tot verandering, vermeerdering of vermindering’.[8] Er rust dus op de kerken, die behoren tot de CGK, de verplichting om meerdere vergaderingen te bezoeken zonder dat zij daartoe gedwongen kunnen worden. Wie deze verplichting schendt, maakt inbreuk op de gezamenlijke afgesproken orde. In zijn commentaar schrijft De Gier bij de inhoud van dit artikel dat:

 ‘De kerkorde gaat ervan uit, dat er in broederlijke zin en in broederlijke geest bepalingen gemaakt zijn tot algemeen nut van de kerk. Uitgangspunt is ook dat er onderling een goed vertrouwen heerst, dat ieder de bepalingen van de kerkorde zal naleven. Dat vertrouwen is er juist omdat het gereformeerd kerkrecht ervan uitgaat dat iedere gemeente (en ook ieder lid) zich vrijwillig heeft aangesloten bij een kerkverband op grond van Schrift en belijdenis en zich dan ook vrijwillig heeft verbonden zich te stellen onder de bepalingen die de kerk in haar geheel heeft gemaakt. Alle gemeenten, evenals de ambtsdragers en de leden der kerk, voor zover zij er bij betrokken zijn, moeten zich dan ook houden aan de bepalingen van de kerkorde’.[9]

Civielrechtelijk oogpunt
Op grond van de kerkorde als wederkerige overeenkomst tussen kerken van het kerkverband, nadrukkelijk bevestigd in artikel 87 K.O., is het niet vreemd dat vanuit civielrechtelijk oogpunt deze feiten ook leidend zijn. Artikel 2:2 BW bepaalt immers dat kerkgenootschappen door hun eigen statuut worden geregeerd. Totdat statuut wordt in ieder geval de kerkorde van het kerkverband gerekend; dat betekent dat ook naar civielrecht geldt dat de kerken die tot het kerkgenootschap behoren, gehouden zijn overeenkomstig het statuut, in casu de kerkorde, te handelen. Daarmee is de conclusie in de notitie van De Hek en Zondag concludent dat:

 “De gedachte dat gelijkgezinde plaatselijke kerken op basis van een gedeelde overtuiging ‘van onderaf’, met uitsluiting van kerken die die overtuiging niet delen of praktiseren, de CGK buiten de nu bestaande structuren van classis en ps om opnieuw kunnen opbouwen, gezien het voorgaande in strijd is met de inhoud en structuur van de KO.”[10]

Deelnemingsvoorwaarde
Ook Pels standpunt dat de deelneming van kerken aan het kerkverband zou komen te ontvallen, omdat zij zich niet houden aan synodale besluiten, is onjuist. Het gereformeerde kerkrecht, in het bijzonder de kerkorde, kent deze deelnemingsvoorwaarden niet, omdat,  als er al van een deelnemingsvoorwaarde zou kunnen worden gesproken, dit de belijdenis van de kerken is. Niet de gebondenheid of het zich houden aan bepaalde kerkordelijke afspraken op zichzelf is bepalend voor deelname aan het kerkverband, maar de eenheid van de kerken in Christus, gebaseerd op de gemeenschappelijke belijdenis.[11] Terecht dat het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht in zijn notitie ‘kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband’ Bouwman citeren met de woorden “de eenheid in belijdenis was accoord van de kerkelijke gemeenschap”. Een van zijn conclusies is dan ook dat:

Het kerkverband bestaat niet omdat er meerdere vergaderingen worden gehouden, maar het kerkverband bestaat omdat de plaatselijke kerken één zijn in belijden en op grond daarvan samenkomen in vergaderingen. Het kerkverband houdt daarom ook niet op als er  (tijdelijk) geen meerdere vergaderingen gehouden kunnen worden. Het kerkverband houdt op wanneer er gezamenlijk geconcludeerd wordt dat er geen eenheid in belijden meer is”.[12]

De door Pel geïntroduceerde deelnemingsvoorwaarden vinden dan ook geen steun in het gereformeerde kerkrecht; de openlijke verklaring, bijlage 1.32 bij artikel 50 K.O., spreekt ook met geen woord over binding aan synodale besluiten als zodanig, maar over wat de kerken belijden en dat zij ‘gaarne ieder in onze kerkelijke gemeenschap opnemen, die met deze belijdenis instemt’.[13] Pel geeft, in het kader van zijn bespreking van de deelnemingsvoorwaarden, een verkeerde opvatting over artikel 31 K.O.. Hierover heeft dr. Bert Loonstra overtuigend betoogd dat de opvatting dat de synode het laatste woord heeft, de juiste interpretatie van artikel 31 niet kán zijn. “Ze is namelijk in strijd met de belijdenis! Die zegt: niet de kerk (haar de synode) heeft het laatste woord, maar God zoals Hij spreekt in zijn Woord. Je vindt dat in artikel 7 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis”.[14] Artikel 31 K.O. biedt legitieme, op de kerkorde gegronde, rechtvaardigingsgronden om kerkelijke besluiten niet voor vast en bondig te houden, omdat zij in strijd zijn met Schrift, belijdenis en kerkorde of apert onredelijk. De besluiten over bijvoorbeeld ViA worden door een groot aantal kerken in strijd met Gods Woord beschouwd en kunnen daarom door hen ook niet voor vast en bondig worden gehouden, want dat levert strijd op met het op Gods Woord gegronde geweten. Dat het niet voor vast en bondig houden van besluiten het kerkelijk leven wellicht lastig maakt, bemoeilijkt, betekent niet dat daardoor ook het kerkelijk leven wordt belemmerd in de zin dat het niet meer kan functioneren. In dit verband is dan ook de relativerende opmerking van De Hek en Zondag terecht. Er is geen sprake van een situatie waarin veel gemeenten ongelimiteerd en zonder zich gelegen te laten liggen aan besluiten van de Generale Synode ‘doen wat goed is in eigen ogen’. Bovendien is het geen unicum in de CGK dat plaatselijke gemeenten zich niet in alle opzichten houden aan alle besluiten van de Generale Synode. Er is dan ook geen legitieme kerkrechtelijke grond voor de Rijnsburggroep om kerken niet langer als kerken van het kerkverband te aanvaarden, omdat zij zich niet aan synodebesluiten houden. De conclusie hiervan is dan ook dat het feit dat een aantal kerken bepaalde besluiten op grond van artikel 31 K.O. niet voor vast en bondig houdt, niet betekent dat het zichzelf daarom buiten het kerkverband heeft geplaatst.

CGK-kerkverband bestaat en functioneert
Dit alles betekent dat niet alleen vanuit civielrechtelijk oogpunt, maar ook vanuit gereformeerd kerkrecht, in het bijzonder de CGK-kerkorde, er maar één conclusie mogelijk is, namelijk dat het CGK-kerkverband bestaat en functioneert. Er wordt nog steeds voldaan aan de voorwaarde om als plaatselijke kerken te functioneren binnen het kerkverband, terwijl alle kerken nog steeds gebonden zijn aan de kerkorde. Het feit dat bepaalde synodebesluiten door een aantal kerken niet voor vast en bondig worden gehouden, betekent daarom ook niet het einde van het kerkverband en van zijn voortbestaan. Tegelijkertijd betekent dit dat alle kerken gehouden zijn zich aan de kerkorde te houden, terwijl ook meerdere vergaderingen daaraan gebonden zijn. Het schenden van de interne kerkelijke regels kan onder omstandigheden ook ingrijpen van de burgerlijke rechter met zich meebrengen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overwoog in zijn arrest van 11 februari 2025, dat in beginsel gehandeld dient te worden in overeenstemming met het intern kerkelijke recht van het kerkgenootschap. Niet iedere overtreding van het kerkrecht betekent dat sprake is van onrechtmatig handelen. Daarvan is in ieder geval sprake als het kerkelijk recht niet is gevolgd en daarbij fundamentele rechtsbeginselen in de kerkelijke rechtsgang zijn geschonden.[15] Daarvan kan sprake zijn bij willekeur, kwade trouw, of aparte schending van grondrechten of van wezenlijke interne regels van totstandkoming van besluiten. Dan kan er voor de burgerlijke rechter een taak zijn weggelegd.[16] En daarom was de aanwijzing door Deputaten Vertegenwoordiging van de roepende kerk, onder druk van een kort geding, noodzakelijk en te rechtvaardigen, omdat door het niet-aanwijzen van de roepende kerk door de Generale Synode er sprake was van schending van wezenlijke interne regels, waardoor de continuïteit van het kerkverband op het spel stond.

Een nieuw kerkgenootschap
Het CGK-kerkverband bestaat en functioneert dus nog, zodat als de Rijnsburggroep ervoor kiest om zich aan het kerkverband te onttrekken door een eigen kerkelijk leven te organiseren, zij een nieuw kerkgenootschap zijn. Dat die formatie ook de Dordtse Kerkorde aanneemt als hun gemeenschappelijk akkoord doet daaraan niet af. Het belang van het bestaan en functioneren van het bestaande CGK-kerkverband is meerledig. Het bestaande CGK-kerkverband hoeft niet te worden gesplitst wat immers neerkomt op het beëindigen van het bestaande kerkverband en het oprichten van twee nieuwe kerkverbanden. In vermogensrechtelijke zin betekent dit dat de vermogensbestanddelen die tot het CGK-verband behoren, materiële en immateriële vermogensbestanddelen, van het CGK-kerkverband blijven. Als de Rijnsburggroep zich onttrekt aan het CGK-verband betekent dit dat zij daarvan niet meer gebruik kunnen maken, maar ook geen aanspraak op kunnen maken. Vanuit civielrechtelijk oogpunt - zo hebben De Hek en Zondag klip en klaar duidelijk gemaakt - bestaat het kerkgenootschap ook nog steeds met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Het CGK-verband behoudt dan ook haar eigen - afgescheiden - vermogen. Om deze redenen is het voorstel van Pel dan ook onhoudbaar, omdat het steunt op de gedachte dat twee nieuwe kerkformaties het CGK-verband splitsen in twee nieuwe kerkgenootschappen. Voor die situatie zou het voor de hand liggen in gezamenlijk overleg het vermogen van de CGK, waaronder het immateriële vermogen, zoals bijvoorbeeld de naam van het kerkverband, auteursrechten en digitale activa te verdelen. Nu van splitsen geen sprake kan zijn, is er ook geen kerkrechtelijke grond voor het splitsen van kerkelijk vermogen of kerkelijke goederen. En dit alles heeft uiteraard niets te maken met machtsdenken of materiële motieven, maar met de verantwoordelijkheid die de gezamenlijke kerken hebben, en meer in het bijzonder de Generale Synode, om de aan hen toevertrouwde kerkelijke goederen en vermogen ten bate en ten dienste van het Evangelie zorgvuldig te beheren. Natuurlijk kunnen het CGK-kerkverband en de Rijnsburggroep met elkaar afspraken maken over het door het CGK-kerkverband beschikbaar stellen van vermogensbestanddelen, maar die afspraken berusten niet op kerkrechtelijke rechten van de Rijnsburggroep, maar zij berusten op welwillendheid en liefdadigheid van het bestaande CGK-verband, op grond van het gebod van de naastenliefde en om wanorde te voorkomen, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.
________________
[1] Pel, P. T. (2025, 18 oktober). CGK: Het kerkverband in geding.
[2] De Jong, A. (z.d.). Mr. Pieter Pel: Laten Christelijke Gereformeerde Kerken in vrede uit elkaar gaan. RD.nl. https://www.rd.nl/artikel/1125255-mr-pieter-pel-laten-christelijke-gere…;
[3] Greijdanus, S. (z.d.). SCHRIFTBEGINSELEN VAN KERKRECHT INZAKE MEERDERE VERGADERINGEN. UITGEVERIJ J. BOERSMA ENSCHEDE, p. 19
[4] Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019e). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND. https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/CGK-Kerkorde-2022-2410.pdf, art.87
[5] DE SAVORNIN LOHMAN, A. F. & RUTGERS, F. L. (1887). DE RECHTSBEVOEGDHEID ONZER PLAATSELIJKE KERKEN. J.A. Wormser, Amsterdam, p. 27;
[6] Pel, P. T. (2025, 18 oktober). CGK: Het kerkverband in geding, p. 6
[7] Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019e). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND. https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/CGK-Kerkorde-2022-2410.pdf, art.41
[8] Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019e). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND. https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/CGK-Kerkorde-2022-2410.pdf, art.87
[9] Gier, K. De (1989) art. 86. (z.d.-b). https://kerkrecht.nl/node/1825/
[10] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025c, september 18). Notitie juridische situatie CGK - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/no…, p.5
[11] Bouwman, H. (1934) § 60. (z.d.). https://kerkrecht.nl/node/2676/; 
[12] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025b, juli 2). Kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/ke…;
[13] Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019f). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND, p.110 
[14] De CGK-synode heeft het kerkverband onnodig in een impasse gebracht – theologisch logboek. (2025d, juni 9). https://bertloonstra.nl/recent/de-cgk-synode-heeft-het-kerkverband-onno…;
[15] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1406, r.o. 3.35;
[16] Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 mei 2017, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:2704;

Permalink

Beste Hans,

Veel dank voor je haarscherpe analyse van het visiestuk van mr Pel over de ontvlechting van het kerkverband van de CGK. Duidelijk is dat Pel een ondersteuning wil geven aan het streven van de 'Groep Rijnsburg' (en de vier leden van het moderamen van de onlangs afgesloten synode) om de gezamenlijk CGK kerken te dwingen te kiezen uit twee mogelijkheden. Dat zijn kort gezegd de optie om te tekenen bij het kruisje - dat wil zeggen dat alle CGK kerken zich onderwerpen aan de synode-uitspraken inzake de vrouw-in-het-ambt en de positie van de homo's in de kerk. Het streven van die meestal conservatieve kerken is duidelijk: wie zich daar niet aan conformeert, behoort de facto niet meer bij het kerkverband. Een groot deel van de CGK kerken, vooral die een samenwerkingsverband met een NGKerk hebben, wil dat niet. 

Mijn waardering voor jouw beschouwing is groot. Fundamenteel daarbij is de vraag: wat vormt een kerkverband? Een kerkverband is niet een conglomeraat van kerken (een kerkelijk samenlevensverband) dat zich een kerkverband noemt omdat men zich ooit op min of meer democratische wijze heeft uitgesproken om met elkaar een kerkelijke organisatie of kerkelijke bestuursstructuur te vormen. Of op grond van een vrije keuze een kerkelijk genootschap te vormen. Een kerkverband is een gave. De kerk (en per definitie ook de plaatselijk kerk) is van Christus. De Heer van de kerk heeft zijn gemeenten (een lokale kerk in een plaats) aan elkaar gegeven. Wanneer de gezamenlijke kerken, in synodeverband bijeen, iets besluiten, wat dan ook, dan kan dat nooit een criterium zijn voor het al dan niet mogen behoren bij zo'n verband van kerken. Zijn er verschillen van mening, over welk onderwerp dan ook, dan rest de kerken niets dan elkaar te zoeken om in vrede een oplossing te vinden. Zelfs de vraag of het een ontoelaatbaar verschil van inzicht is over enig punt van de leer van de kerk, dan nog kan en mag een synode hier geen dwingende keus opleggen aan de kerken. Gaat het over een uitspraak over een praktisch punt. dan geeft het sowieso geen pas om het al dan niet aanvaarden van een synode-uitspraak tot breekpunt te maken. 

Heb ik het goed begrepen dat de kerken rondom Rijnsburg (met steun van de bekende vier ex-synodeleden) vooraf een keuze van de kerken af te dwingen? En dat wie niet hun welgevallig kiest, mag niet meer meedoen? Dit kan nooit een nette ontvlechting van het CGK kerkverband zijn. Dit strijdt tegen alles wat past bij de stijl van de kerk van onze Heer. De Heer van de kerk wil dat zijn gemeenten leven in vrede met elkaar. Er zit niets anders op dat op de komende synode van Hoogeveen elkaar te zoeken. Een pessimistische CGK-er - waarschijnlijk gekleed in zwart pak - zal daar misschien niet opgewekt van worden. Zolang het proces van elkaar zoeken in liefde en geduld duurt, wens ik alle CGK-kerken wijsheid en liefde voor elkaar. Men moet het maar voor lief nemen dat de spanningen slechts heel langzaam zullen verdwijnen. De eenheid van de kerk, en de eenheid in de kerken is nooit gemakkelijk. Het is een gave die van de Heer is. En het kan veel tijd vergen om de onderliggende eenheid in het geloof te erkennen of te hervinden. 

Dirk Griffioen

Reactie toevoegen

De taalcode van de reactie.
Protected by Spam Master