Wat zégt de Rijnsburggroep nu eigenlijk

Wat zégt de Rijnsburggroep nu eigenlijk?

Met de lancering van hun website www.cgkblijven.nl laat de Rijnsburggroep in feite zien dat ze geen CGK zijn, want anders hadden ze wel gekozen voor www.cgkzijn.nl of www.wijzijncgk.nl . Alle gekheid op een stokje wat zégt de Rijnsburggroep nu eigenlijk als ze zeggen dat ze CGK blijven?

Wat zégt de Rijnsburggroep nu eigenlijk
Dirk de Groot

Vooropmerking

Als we er van uit mogen gaan dat ds Egas -voorzitter van CGBeraad- in het interview met CVandaag (2 april 2026) verwoord heeft waar het de Rijnsburggroep om te doen is, valt hieruit misschien te ontdekken waarom nu blijkbaar niet meer kan wat -in de woorden van ds.Egas- altijd het aantrekkelijke van de CGK was, namelijk dat er ruimte en respect voor verschillen was en dat men elkaar vertrouwde en accepteerde. Om te beginnen zet ik de citaten uit het interview onder elkaar. Van elk citaat probeer ik te duiden wat hiermee eigenlijk wordt gezégd. Ik eindig met twee conclusies en twee aanbevelingen.

 

Voortzetten?

“Bij ons is de plaatselijke gemeente de kerk. Daar wordt het Woord verkondigd en worden de sacramenten bediend. Gemeenten verbinden zich vrijwillig aan een kerkverband, maar onze kerkorde biedt daarom ook de mogelijkheid om dat verband te verlaten. Daarom is hier absoluut geen sprake van een kerkscheuring. Wij willen het kerkverband voortzetten.”

Egas goochelt met de termen verbinden, verlaten, scheuren en voortzetten alsof het allemaal op hetzelfde neerkomt. Geen kerkscheuring? You can’t eat your cake and have it too. Je kunt niet een parallel kerkverband oprichten en zeggen dat dit hetzelfde kerkverband is. Je kunt niet een classisindeling maken met deelnemers en waarnemers van de Rijnsburggroep en volhouden dat het dezelfde classis is. Als het de Rijnsburggroep menens is dat ze niet uit zijn op een scheuring, dienen ze de bovenkerkelijke belangen te (laten) behartigen op de GS Hoogeveen. Het is juridisch onhoudbaar om te stellen dat je een gelijkwaardige gesprekspartner bent omdat je een gelijksoortige parallelle organisatie hebt opgebouwd. Het zou leden van deputaatschappen die met overtuiging lid zijn van een deelnemer van de Rijnsburggroep, sieren als ze hun positie ter beschikking stellen. Het zou deputaatschappen passen als ze leden die lid zijn van een deelnemende kerk sommeren hun lidmaatschap van het deputaatschap op te geven of het lidmaatschap van de deelnemende gemeente. Het is toch niet zo raar om in dit geval het woord van Christus serieus te nemen: Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten. Of meent iemand geen last te hebben van het vervolg: gij kunt niet God dienen èn Mammon. Of om het met een ander beeld te zeggen: Absalom kon wel menen dat hem het koningschap toekwam in plaats van zijn vader David, maar dat was buiten het profetische woord gerekend. Als ds. Egas serieus neemt waar hij mee begint, namelijk dat de plaatselijke kerk de kerk is, zal hij ook ruimte zien voor diversiteit van kerken binnen hetzelfde kerkverband. Omdat diversiteit niet hetzelfde is als independentisme betekent dit ook dat kerkelijke diversiteit niet gelijkgesteld mag worden met kerkelijke ongehoorzaamheid.

 

Ongehoorzaam?

“Het gaat hier wel om een fundamenteel geloofsbeginsel: trouw zijn”, stelt Egas. “God is de Betrouwbare. Van Zijn kinderen vraagt Hij hetzelfde.” Volgens hem ligt de kern van het conflict niet primair bij concrete thema’s als vrouw en ambt of homoseksualiteit. “Het gaat erom dat gemeenten zich niet meer houden aan het ja-woord dat zij gegeven hebben. Zij hebben beloofd zich te houden aan synodale besluiten. Als je dat loslaat, ontstaat er een vertrouwensbreuk.” Hij verwijst naar Mattheüs 5:37: Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. "Hoe kun je in een kerkverband ongehoorzaamheid aan het Woord van Christus legitimeren?”

 

Wat is ontrouw zijn in het kerkverband? Welke ongehoorzaamheid aan het Woord van Christus legitimeert het CGK kerkverband? Ongehoorzaamheid aan punt vier van de vierslag? Beste deelnemers en waarnemers van de Rijnsburggroep, vinden jullie het OK dat het volgen van Jezus (trouw zijn) blijkt uit het uitvoeren van bepaalde synodebesluiten? Beste andere kerken, vinden jullie het OK dat het niet volgen van Jezus (ontrouw zijn) blijkt uit het niet uitvoeren van bepaalde synodebesluiten? Zouden niet alle kerken erkennen dat onze eigen formulieren van eenheid zò niet spreken?  Zou het gesprek op de komende GS Hoogeveen niet daarover moeten gaan: wat is onze eenheid in Christus en wat is onze verscheidenheid in het kerkverband? Het meest fundamentele geloofsbeginsel van de Christelijke Gereformeerde Kerken staat in zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus. Daar kan geen synodebesluit iets aan toe- of afdoen. Leg ons meest fundamentele geloofsbeginsel niet onder het beslag van deel vier van de vierslag, te weten gehoorzaamheid aan de genomen synodebesluiten (waarvan een deel onder revisie ligt en een ander deel wacht op inhoudelijke behandeling). We moeten niet de mug ziften en de kameel zwelgen. En als besluiten inzake vrouw en ambt en homoseksualiteit geen mug zijn, dan graag feiten en argumenten. En als deze besluiten geen kameel zijn, dan graag feiten en argumenten. Wie meent dat gehoorzaamheid aan Christus hetzelfde is als gehoorzaamheid aan bepaalde synodebesluiten trekt een grote broek aan. Wie meent dat je bepaalde synode besluiten zonder Bijbelse onderbouwing naast je neer kunt leggen staat in z’n hemd. De hete aardappel is: wat betekent het om kerk van Jezus Christus te zijn (volgens Egas: de plaatselijke kerk is de kerk) en wat betekent dat voor het kerkverband en het soort besluiten dat een kerkverband mag nemen zonder PKN-achtig te worden (de synode besluit namens en bindend voor de plaatselijke kerken). Het mag opvallen dat de deelnemers van de Rijnsburggroep zich nogal gretig gebonden achten aan bepaalde besluiten (die onder revisie liggen!) van de Synode van Rijnsburg om geen nieuwe roepende kerk aan te wijzen en de zaak terug te leggen bij de plaatselijke kerken. De zwarte humor van het geval is dat de deelnemende kerken van de Rijnsburggroep zeggen plaatselijk CGK te willen blijven maar daar op synodaal niveau mee bezig zijn. Dus anders dan ds Egas ons wil laten geloven is niet de plaatselijke kerk CGK, maar de Algemene vergadering van de Rijnsburgroep bepaalt wie CGK is. Zo simpel is het, waarnemende kerken, weet waar je aan begint als je je aansluit bij de Rijnsburggroep.

 

Ontrouw? 

“Als één ding duidelijk is, dan is het streven van de gemeenten rond Rijnsburg niet om een zogenaamde ‘zuivere kerk’ te zijn. We zijn in alles er diep overtuigd en stemmen van harte in met Paulus: “Waarvan ik de voornaamste ben, namelijk van de zondaren”. Wij hebben maar één diep verlangen om christelijk gereformeerd te zijn op die wijze zoals we dat wilde zijn in 1834 en 1892.”

 

Deze woorden van een zondaar met zondebesef vragen om daden van geloof en bekering, anders is het vrome praat zonder gelovige daad. Welke bekering heeft de Rijnsburggroep voor ogen? Welk beroep op de Acte van Afscheiding doet de Rijnsbruggroep? Welke geloofsdaad van de Afscheiding en de Doleantie vraagt om navolging in deze tijd? Is een beroep op het verleden het privilege van de Rijnsburggroep? Zouden beide flanken en de middengemeenten elkaar niet moeten kunnen vinden in het verlangen om christelijk gereformeerd te zijn? De vraag stellen is haar beantwoorden. Op de GS Hoogeveen kan de vraag gesteld en het antwoord gegeven worden. En elke plaatselijke CGK kan hier alvast naar gaan handelen door de gewone loop van het kerkverband te respecteren. Dat de deelnemende kerken van de Rijnsburggroep dat niet doen, strekt hen niet tot eer. Mag dat ontrouw van de Rijnsburggroep aan het kerkverband genoemd worden of niet? Als ze zeggen niet te willen scheuren, moeten ze niet die indruk wekken met hun gedrag.

 

Herstellen?

"Dat is inderdaad altijd het aantrekkelijke geweest van ons christelijk gereformeerde kerkverband. Er was ruimte om over bepaalde zaken als Bijbelvertaling en liturgie verschillend te denken. We konden elkaar ook steeds wijzen op wat we aan elkaar hadden beloofd. Maar nu wordt door bepaalde gemeenten grenzen overgegaan die raken aan het fundament van ons kerkverband en het vertrouwen. Daarbij komt dat besluiten die raken aan vrouw en ambt, homoseksualiteit ons inziens ook getuigen van een andere visie op het gezag van de Heilige Schrift. Deze niet te keren ontwikkelingen hebben ons doen besluiten om als Rijnsburgse gemeenten ons kerkverband opnieuw vorm te geven."

 

Je zou denken dat de Rijnsburggroep het vanouds aantrekkelijke van het christelijke gereformeerde kerkverband zou willen bevorderen of herstellen. Of menen ze werkelijk dat te doen door een parallelle organisatie op te bouwen? Je vraagt je af wat er veranderd is dat de ruimte om verschillend te denken over bepaalde zaken is verdwenen. Je vraagt je af wat er veranderd is dat het onmogelijk is geworden om te wijzen op wat we elkaar beloofd hebben.  Deze aantrekkelijkheden ga je met een parallelle organisatie natuurlijk nooit bereiken. Er moet dus iets anders aan de hand zijn. De geïnteresseerde lezer krijgt slechts te horen dat bepaalde gemeenten grenzen over gaan die raken aan het fundament van het kerkverband en het vertrouwen. Er wordt een klein tipje van de sluier opgelicht als de Rijnsburggroep verklaart voor zichzelf van mening te zijn dat bepaalde besluiten over vrouw in ambt en over homoseksualiteit getuigen van een andere visie op het gezag van de Heilige Schrift. Blijkbaar is dit allemaal gesneden koek voor de aanhangers van de Rijnsburggroep, de rest mag er naar raden. Vreemd. Het kan toch niet zo zijn dat een mening over gebrek aan fundament en vertrouwen volstaat als ‘bewijs’ en blijkbaar niet hoeft te worden uitgelegd met feiten en argumenten? Het is geen sterk verhaal van de Rijnsburggroep als het fundament van de kerk bestaat uit de juiste besluiten over vrouw en ambt en homoseksualiteit omdat daaruit het gezag van de Heilige Schrift blijkt. Voelen de deelnemers en waarnemers van de Rijnsburggroep zich echt serieus genomen in hun christelijk geloof door de mening van de Rijnsburggroep op deze punten; punten waarover blijkbaar verschil van mening is binnen de CGK? Als een mening onbijbels of onchristelijk zou zijn, verdient dat meer onderbouwing dan de Rijnsburggroep geeft. Wie met de Rijnsburggroep meedoet, heeft hopelijk betere redenen dan de redenen die ds.Egas noemt. Wie niet met de Rijnsburggroep meegaat heeft zeker andere redenen dan ds.Egas noemt. De plek om het daar over te hebben is de classis, de PS en de GS. Hoe kun je ooit volhouden enerzijds de reguliere classis, PS en GS van de CGK niet te erkennen (zoals de deelnemers van de Rijnsburggroep expliciet doen) en anderzijds toch beweren CGK te zijn. De wens is blijkbaar de vader van de gedachte, maar daarmee is de wens nog geen werkelijkheid.

 

Vreedzaam?

Volgens ds.Egas is door de Rijsburggroep bewust gekozen voor een zorgvuldige en vreedzame weg. “Als wij per direct onze kerkelijke bijdrage zouden stoppen, zou het huidige kerkverband acuut in een financiële crisis komen. Maar dat is niet onze bedoeling. Ook op de gehouden Algemene Vergadering is nog eens benadrukt dat wij onze bijdrage tot en met 2027 zullen bijdragen, ook al gaan we extra kosten maken voor de opbouw van een nieuwe classisstructuur. Nee, alles is erop gericht om op een vreedzame wijze te komen tot regelingen waarmee de zaken die we samen van belang vinden kunnen worden voortgezet. Voor mijzelf zie ik een weg dat commissies aangewezen door de synode van Hoogeveen en door de algemene vergadering Rijnsburg daar samen naar zoeken. En uiteindelijk zullen komen tot een vreedzaam naaste elkaar bestaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken A en de Christelijke Gereformeerde Kerken B, zonder tussenkomst van de rechter. Ik zeg dit overigens met pijn in mijn hart. Want ik herinner me nog de hartelijke en liefdevolle toespraken van de collega’s bij mijn emeritering, waarin ik voelde hoe sterk de band was, ondanks de vele verschillen. Dat daar nu een eind komt, maakt me intens verdrietig."

 

Alle goede herinneringen aan de classisvergadering rond zijn emeritering ten spijt kan dit citaat niet verhullen dat ds. Egas zich openlijk distantieert van de collega’s die hem zo hartelijk en vriendelijk hebben toegesproken. Het zal ds. Egas niet ontgaan zijn dat van de classis Leeuwarden die hem emeritaat verleend heeft, maar twee kerken meegaan met de Classis Noord in Opbouw, waaronder zijn eigen gemeente. Verder is het natuurlijk de omgekeerde wereld dat de kerken die met eigen middelen een parallel verband gaan opbouwen, wensen te benadrukken dat ze zo goed bezig zijn omdat ze hun bestaande verplichtingen t/m 2027 zullen nakomen. Verder blijkt uit dit citaat dat de Rijnsburggroep de eenheid van het kerkverband ziet als een twee-eenheid, dat is een novum. De stelling van de Rijnsburggroep dat alle bovenkerkelijke bezittingen en verplichtingen wel door een CGK A en CGK B bestuurd kunnen worden, ontbeert elke rechtsgrond en is juist reden te vrezen voor rechtszaken die de Rijnsburggroep zegt niet te willen. Dit narratief verdient meer tegenspraak dan tot nu toe het geval is. Kan iemand de Rijnsburggroep (deelnemers en waarnemers) uitleggen dat idealisme en wensdenken vastloopt in de organisatorische, financiële en juridische werkelijkheid? Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald beste deelnemers van de Rijnsburggroep!

 

Beginsel?

Volgens ds. Egas is er in Rijnsburg geen sprake van afscheiding zoals in 1834. “Wij scheiden ons niet af van de CGK, maar willen juist trouw blijven aan het oorspronkelijke beginsel. Nu een aantal gemeenten zich daar willens en wetens niet meer aan wil houden is het nodig om het kerkverband te hergroeperen met die gemeenten die wel trouw willen blijven aan het aloude christelijk gereformeerde beginsel.”

 

De Rijnsburggroep ziet zichzelf niet als afscheiding maar bouwt wel een eigen organisatie op (www.cgkblijven.nl ) die zich zelfbewust en zelfverzekerd presenteert als een soort CGK A naast de rest (CGK B). Aangezien deze claim nauwelijks publiekelijk weersproken wordt, bijvoorbeeld door deputaatschappen die kunnen weten dat het synodebesluit om “de zaak terug te geven aan de plaatselijke kerken” onder revisie ligt, wekt de Rijnsburggroep -ten onrechte- de indruk dat ze een punt hebben en goed bezig zijn. Ondertussen blijft onduidelijk wat nu precies dat aloude oorspronkelijke beginsel is. Blijkbaar is nadere uitleg voor de achterban van de Rijnsburggroep niet nodig en de anderen vragen er niet publiekelijk naar. Mag ik het allemaal rijkelijk vaag noemen? Vager dan je zou mogen verwachten bij dit soort gevolgen voor het kerkverband.

 

Voorlopige conclusies 

  1. Waarnemende kerken mogen zich wel driemaal bedenken om mee te gaan met de Rijnsburggroep. 
  2. Deelnemende kerken mogen zich afvragen of ze wel zo goed bezig zijn als de leiders van de Rijnsburggroep ons willen laten geloven. 

Aanbevelingen 

  1. Wie of wat in de CGK kan met kracht van argumenten en met gezag van rol, opkomen voor de belangen van de CGK, door de interne pretenties van de Rijnsburggroep te weerleggen en de rechtmatige claims van het ‘gewone’ kerkverband te bevestigen? 
  2. Wie of wat in de CGK kan voorstellen doen voor te nemen besluiten door de GS Hoogeveen die acceptabel zijn voor beide flanken en de middengemeenten? Dat dit andere besluiten zullen moeten zijn dan de besluiten van voorgaande synodes moge duidelijk zijn. Maar dat de CGK daar nu wel aan toe is zal ook duidelijk zijn.

Reactie toevoegen

De taalcode van de reactie.
Protected by Spam Master