Wie is de 'ware CGK'? Terwijl de Rijnsburggroep in Nunspeet vergadert, analyseert deze Vrije-Interpretatie de houdbaarheid van hun positie. Op basis van de Kerkorde en een recente rechterlijke uitspraak wordt aangetoond dat de legitimiteit van het kerkverband enkel binnen de bestaande structuren geborgd blijft.
In het Nederlands Dagblad wordt de vraag opgeworpen wie de ‘ware CGK’ is nu de Rijnsburggroep vandaag haar landelijke vergadering houdt in Nunspeet.[1] Die vraag is echter eenvoudig te beantwoorden: De Rijnsburggroep is niet de ‘ware CGK’ noch daarvan de rechtmatige voortzetting.
Geen rechtsgeldig besluit
Van belang is hierbij dat zowel kerk- als civielrechtelijk het synodale besluit d.d. 3 juni 2025 geen rechtsgeldig besluit is. Naar kerkelijk recht is dat besluit niet voor vast en bondig te houden, ex artikel 31 K.O.; en naar civiel recht betreft het een nietig besluit, ex artikel 2:14 BW. Voor beide invalshoeken geldt dat het besluit van 3 juni 2025 geacht moet worden nooit te hebben bestaan. Artikel 31 K.O. bepaalt immers:
“Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig worden gehouden, tenzij bewezen wordt, dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis of de kerkorde of dat de kerkelijke vergadering in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen”.
Er kan in redelijkheid geen misverstand over bestaan dat een besluit niet voor vast en bondig - dat is bindend of rechtsgeldig - kan worden gehouden als dat besluit in strijd is met de kerkorde. En dergelijk besluit is eenvoudigweg niet bindend. Dat wil zeggen dat de kerken van het kerkverband en zijn organen niet gebonden kunnen zijn aan zo’n besluit. Op 3 juni 2025 nam de generale synode vijf besluiten, waaronder besluit 4:
4. De vergadering te sluiten in de erkenning dat de synode niet aan haar opdracht naar art. 30 K.O. heeft kunnen voldoen en daarom haar verantwoordelijkheid teruggeeft aan de plaatselijke kerken en om die reden geen roepende kerk aanwijst;[2]
Los van de door het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht terecht gesignaleerde taalkundige en kerkrechtelijke interpretatieproblemen die de formulering van het besluit met zich brengt, is het klip en klaar dat het besluit om geen roepende kerk aan te wijzen in strijd is met de kerkorde.[3] Artikel 50 K.O. bepaalt immers, zonder enig voorbehoud, dat de generale synode aan het einde van de vergadering een kerk zal aanwijzen om de volgende synode samen te roepen. Met betrekking tot artikel 50 K.O. overwoog de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland in zijn vonnis in zake Broeksterwoude tegen de generale synode dat ‘artikel 50 K.O. imperatief is geformuleerd en geen uitzonderingen toestaat. Dat betekent dat de Generale Synode in strijd heeft gehandeld met artikel 50 K.O. door op haar vergadering van 4 juni 2025 bewust na te laten ‘een roepende kerk’ aan te wijzen’.[4] Hoewel de Rijnsburggroep blijft volhouden dat noch uitspraken van de rechter noch ingediende revisieverzoeken bij de komende synode van Hoogeveen iets veranderen aan het feit dat de kerkelijke weg die bewandeld is, zou zijn stukgelopen, doet dit er niet aan af, zoals de voorzieningenrechter terecht overwoog, dat ‘er wel degelijk een roepende kerk aangewezen had moeten worden door de Generale Synode voor het sluiten van haar laatste vergadering, wat ook de beweegredenen waren om dit na te laten’.[5] Dit sluit aan op wat het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht terecht opmerkt in hun ‘Kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband’ het zich niet aan kerkorde houden, op zichzelf nog niet betekent dat daarmee de kerkorde zijn betekenis heeft verloren. Het kerkordelijk onterechte besluit om de synode te sluiten zonder roepende kerk aan te wijzen, is op zichzelf geen vrijbrief om als plaatselijke kerken de kerkorde dan maar los te laten.[6] Aan het Reformatorisch Dagblad van 21 augustus 2025 verklaarden mr. De Hek en professor mr. Zondag onomwonden dat het besluit om geen roepende kerk aan te wijzen in strijd is met “de letterlijke en niet voor tweeërlei uitleg vatbare tekst van artikel 50 van de kerkorde. Er is geen enkele (juridische) rechtvaardiging voor dat besluit, wat de taxatie van de situatie in het kerkgenootschap ook is.”[7] Dit laat geen andere conclusie toe dan dat het synodebesluit om geen roepende kerk aan te wijzen, in strijd is met de kerkorde en daarom geen rechtsgeldig besluit is om welke reden het niet voor vast en bondig kan worden gehouden.
Voldoende mandaat
De voorzieningenrechter heeft voorts geoordeeld dat, omdat het synodebesluit van 3 juni 2025 geen belemmering vormde, het deputaatschap Vertegenwoordiging over voldoende mandaat beschikte om alsnog een roepende kerk aan te wijzen. De kerkordelijke grondslag voor dit mandaat berust op artikel 84 K.O.. Artikel 84 K.O. luidt: ‘De kerken, die in classes, particuliere synoden en generale synoden samenkomen, worden ten aanzien van vermogensrechtelijke zaken die zij gemeenschappelijk hebben, vertegenwoordigd door de respectieve classicale, particulier-synodale of generaal-synodale vergaderingen of door deputaten, die door deze vergaderingen worden benoemd, geïnstrueerd en ontslagen en die in al hun handelingen aan hun instructie gebonden zijn’. In dat kader overweegt de voorzieningenrechter dat ‘op grond van deze instructie en artikel 84 K.O., anders dan door het oud-moderamen in het besluit aangegeven, er wel degelijk voldoende mandaat is om alsnog te voorzien in de in gebiedende wijs voorgeschreven aanwijzing van een roepende kerk, ook omdat daarmee op geen enkele wijze wordt vooruitgelopen op enige verdere besluitvorming in de bijeen te roepen Generale Synode. Die overweging van de voorzieningenrechter wordt ondersteund door verschillende juridische deskundigen, waaronder het deputaatschap kerkorde en kerkrecht van de Christelijk Gereformeerde Kerken in Nederland’.[8]
Hoogeveen legitiem
Nu zowel kerkrecht deskundigen als het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht naar kerkelijk recht; en de voorzieningenrechter naar civielrecht, op basis van de kerkorde ex artikel 84 K.O., allen concluderen dat het deputaatschap Vertegenwoordiging bevoegd was om de roepende kerk aan te wijzen en het deputaatschap Vertegenwoordiging van zijn mandaat ook daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt[9], staat buiten twijfel dat de aanwijzing van de roepende kerk Hoogeveen kerkrechtelijk legitiem is. In dit verband is van belang om vast te stellen dat het deputaatschap kerkorde en kerkrecht terecht er de vinger bij heeft gelegd dat het kerkverband niet gegrond is op het samenkomen in meerdere vergaderingen en ook niet is gegrond op de gezamenlijk genomen besluiten, maar het kerkverband gegrond is op de eenheid in belijden, die als fundament onder dat samenkomen en samen besluiten ligt. En dat fundament is niet weg nu de synode vastgelopen is in haar werk, hoe ernstig dat laatste ook is.[10]
Deputaatschap Vertegenwoordiging
In dit verband is het van belang dat het deputaatschap Vertegenwoordiging in hun brief van 5 juni 2025 onomwonden heeft bevestigd dat het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken nog steeds bestaat. Het deputaatschap Vertegenwoordiging wijst in haar brief er terecht op dat alle 181 plaatselijke kerken nog bestaan.[11] Niet onbelangrijk is dat het deputaatschap Vertegenwoordiging ook in zijn laatste brief van 15 september 2025 het bestaan van het kerkverband bevestigde in de laatste alinea van zijn brief; Het deputaatschap Vertegenwoordiging schrijft, namelijk: “Tot slot. Welke plaats een ieder van ons in het kerkverband ook inneemt, de huidige situatie vervult een ieder met verdriet en zorg. Graag doen we op u allen het dringende appel om bij alles wat er nu speelt elke vorm van strijd en verbittering te vermijden. Het is ons hartelijk gebed dat de Heere alle 181 gemeenten van ons kerkverband Zijn genade blijvend zal bewijzen”.[12] Daarmee bevestigden ook de afgetreden deputaten ds. Buijs, ds. Van der Zwan, ds. Fokkema en ds. Van Gent het bestaan van het kerkverband, maar vooral ook dat zij vertegenwoordigers waren van dat kerkverband en daarbij alle 181 kerken vertegenwoordigden. Vaststaat dat ds. Oosterbroek als enige deputaat van het deputaatschap Vertegenwoordiging zijn taak heeft voortgezet en daarmee de vertegenwoordiging van alle 181 kerken van het kerkverband heeft voortgezet. Een redelijke uitleg van artikel 15 van het huishoudelijk reglement van de generale synode brengt met zich mee dat door het aftreden van vier van de vijf deputaten van het deputaatschap Vertegenwoordiging, ds Oosterbroek terecht personen heeft gezocht die tijdelijk, tot de volgende synode, die lege plaatsen innemen om stagnatie van het deputaatschap te voorkomen.[13] Daarmee is het deputaatschap Vertegenwoordiging, ondanks het aftreden van deputaten, rechtmatig gecontinueerd.
Verplichting om zich te voegen binnen bestaande structuur
Dit betekent dat door het deputaatschap Vertegenwoordiging op rechtmatige wijze de roepende kerk Hoogeveen is aangewezen, het deputaatschap Vertegenwoordiging zijn taak op rechtmatige wijze continueert en het kerkverband bestaande uit 181 kerken nog steeds bestaat en daarmee ook de ‘ware CGK’, zowel in kerkrechtelijke - als civielrechtelijke zin. De kerkorde geeft plaatselijke kerken geen ruimte om zich formeel buiten de bestaande classicale structuren om in alternatieve classes te organiseren. Hoewel de kerkorde er niet aan in de weg staat dat plaatselijke kerken op informeel niveau samenwerken met andere plaatselijke kerken van het kerkverband, vormt die samenwerking geen alternatief voor de officiële structuur en besluitvorming van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Er kan dan ook in redelijkheid geen discussie over bestaan dat, nu het deputaatschap Vertegenwoordiging op rechtmatige gronden een roepende kerk heeft aangewezen, het deputaatschap Vertegenwoordiging de kerken binnen zijn bevoegdheid rechtmatig vertegenwoordigt, het kerkverband existeert, aan de Rijnsburggroep niet de pretentie toekomt zich te presenteren als de Christelijke Gereformeerde Kerken. Het formaliseren van haar activiteiten door zich te organiseren in een andere formele kerkelijke structuur is niet anders dan het creëren van een nieuw kerkverband. De suggestie dat het de Rijnsburggroep vrij zou staan om, buiten de bestaande kerkelijke structuren van de Christelijke Gereformeerde Kerken om, een verantwoorde weg te zoeken om kerk te zijn overeenstemming met de grondslag van het Christelijke Gereformeerde kerkverband, miskent dat hiervoor geen kerkrechtelijke grond is. Als de Rijnsburggroep metterdaad Christelijke Gereformeerde Kerken wil zijn, is zij gehouden daarvoor de kerkelijke weg te volgen overeenkomstig de wijze waarop de kerkorde dat voorschrijft. Haar vergadering van vandaag, 21 maart 2026, is en kan op geen enkele wijze een vergadering zijn van de Christelijke Gereformeerde Kerken, omdat de kerkorde een dergelijke vergadering niet kent en zij bovendien niet door de daartoe bevoegde organen van de CGK bijeen is geroepen. Voor zover de 'brede voorbereidingscommissie' van de Rijnsburggroep zegt dat zij geen verwarring wil, maar een einde aan de kerkelijke strijd, is daarvoor de enige constructieve manier door zich te voegen binnen de bestaande formele kerkelijke structuren van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Dat betekent concreet dat zij op constructieve wijze dient te participeren in de bestaande kerkelijke vergaderingen, mede gericht op de komende generale synode van Hoogeveen. Doet zij dat niet, dan is zij verantwoordelijk voor de groeiende wanorde binnen de CGK. Zij dient zich te voegen naar de kerkorde van de Christelijke Gereformeerde Kerken om die groeiende wanorde te stoppen, want onze God is geen God van wanorde maar van vrede.
________________
[1] Meijer, H. (2026, 20 maart). Rijnsburggroep stuit op patstelling bij eerste eigen ‘synode’: welk deel is nu de ware CGK? Nederlands Dagblad. https://www.nd.nl/geloof/protestant/1310265/rijnsburggroep-stuit-op-pat…;
[2] Besluiten: generale synode Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland (jaargang 64). (2025) pagina 30
[3] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025b, juli 2). Kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/ke…;
[4] Rechtbank Gelderland, 25 september 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8038. r.o. 3.6
[5] idem
[6] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025c, juli 2). Kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/ke…;
[7]Reformatorisch Dagblad 21 augustus 2025, Maarten Stolk, digitaal 16:18.
[8] t.a.p., r.o. 3.9
[9] Buijs, P. D. J. (2024c). GENERALE SYNODE VAN DE CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND. In A. Van Der Zwan, W. J. Van Gent, J. Oosterbroek, & A. D. Fokkema, Rijnsburg.
[10] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025c, juli 2). Kerkrechtelijke lijnen rond het kerkverband - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/ke…;
[11] Brief d.d. 5 juni 2025 deputaatschap Vertegenwoordiging
[12] Brief d.d. 15 september 2025 deputaatschap Vertegenwoordiging
[13] GS Urk-Maranatha/Nunspeet, GS Nunspeet, & GS Dordrecht/Nunspeet. (2013). Huishoudelijk reglement generale synode Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, artikel 15.

Reactie toevoegen