In een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 7 maart 2026 stelt Piet Speelman dat de basis van het conflict binnen de Christelijke Gereformeerde kerken ligt bij enkele plaatselijke gemeenten, die aangaven zich niet langer te kunnen houden aan het synodebesluit om geen vrouwelijke ambtsdragers aan te stellen.
In een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 7 maart 2026 stelt Piet Speelman dat de basis van het conflict binnen de Christelijke Gereformeerde kerken ligt bij enkele plaatselijke gemeenten, die aangaven zich niet langer te kunnen houden aan het synodebesluit om geen vrouwelijke ambtsdragers aan te stellen.[1] Volgens Speelman veroorzaakt het presbyteriaal-synodale kerkstelsel van de CGK dat een lokaal conflict uitgroeit tot een landelijk conflict. Hoewel aan Speelman kan worden toegegeven dat het kerkstelsel met zich mee kan brengen dat conflicten langer voortslepen en grotere reikwijdte kunnen hebben dan alleen een plaatselijk conflict, ligt dat in beginsel niet zozeer aan het presbyteriaal-synodaal kerkstelsel, maar aan de wijze waarop een kerkverband, in het bijzonder kerkelijke vergaderingen, met zijn kerkrecht omgaat.
Waarden en normen
Exemplarisch hiervoor is de wijze waarop binnen de CGK met de kerkorde wordt omgegaan, meer in het bijzonder met artikel 31 K.O.. Als de normen in het kerkrecht in het algemeen, daaronder begrepen de kerkorde, en meer het bijzonder artikel 31 K.O., worden gehanteerd zonder de funderende waarden, zijn de kerkrechtelijke normen waarde(n)loos. Dan ontaardt het kerkverband in wanorde in plaats van vrede. De huidige crisis binnen de CGK wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de kerkorde niet juist wordt gebruikt, omdat de focus op de handhaving van normen en regels ligt, in casu synodebesluiten, in plaats van op de waarden waarop de normen en regels berusten. Waarden zijn immers principes, die belangrijk zijn voor een groep of een individu, terwijl normen de concrete gedragsregels en verwachtingen zijn, die voortkomen uit waarden. Bij normen valt te denken aan bijvoorbeeld wetten of fatsoensregels.[2] Voor het kerkrecht is de belangrijkste waarde: vrede. De daarbij behorende norm is de apostolische regel dat alles op gepaste wijze en in goede orde moet gebeuren.[3] Typerend is dan ook dat artikel 1 van de kerkorde aanvangt met de woorden: “Om in de gemeente van Christus naar de vereiste orde te leven (...)’.[4] De waarde komt voor de norm. Dat is niet alleen een algemeen principe, maar ook Bijbels. In zijn essay ‘Een ethische blik op het Nederlandse landbouw-voedselsysteem’ besteedt Dirk de Groot in het kader van zijn minor theologie aandacht aan de wijze waarop Jezus omgaat met waarden en normen. Daarbij refereert hij aan Mattheüs 23:23, waar het gaat over de regel van de tienden. De Groot schrijft:
“De norm was duidelijk: 10% van je oogst (c.q. je omzet) is voor de tempeldienst. Maar als men daarvan maakt dat je ook de tienden van de tuinkruiden uit de moestuin moet afdragen wordt de norm rigide en schiet z’n doel voorbij. Volgens Jezus gaat het om de waarden in het leven (recht, barmhartigheid en trouw) en om de keuzes die je op basis daarvan maakt. Normen en regels kun je handhaven (of afwijking gedogen), bij waarden en principes gaat het om persoonlijke afwegingen en persoonlijke keuzes. Micha 6:8 is veel bekender dan Mattheüs 23:23, maar het gaat om precies hetzelfde en het is veelzeggend dat Jezus teruggrijpt op Micha 6:8 om ons te leren dat de waarde en het principe belangrijker zijn dan de norm en de regel”.[5]
Een ander sprekend voorbeeld is wanneer de discipelen op sabbat aren plukken. De geschiedenis van Marcus 2: 23-28 is bekend:
"Toen Hij op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen onderweg aren te plukken. ‘Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’ Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer over de sabbat."
De norm is helder: Op sabbat mag er niet worden gewerkt. De norm was voor de Farizeeërs echter een doel op zich geworden. De mens werd ondergeschikt gemaakt aan de wet; als je honger had of iemand wilde genezen, mocht dat niet omdat daarmee de sabbatsregels werden overtreden. De waarde was daarbij uit het oog verloren met als gevolg dat de sabbat, die was ingesteld door God als een geschenk aan de mens en de schepping om tot rust te komen was gegeven. De sabbat was daarmee een dag geworden waarop de regels van de sabbat over de mensen zijn gaan heersen. Jezus corrigeert daarom de Farizeeërs door hen te wijzen op de waarde van de sabbat die bepalend is voor geldende regels voor de sabbat. Jezus laat zien dat de waarde met zich mee kan brengen dat er onder omstandigheden van de norm kan worden afgeweken, omdat de waarde van de sabbat dat rechtvaardigt.
Bijbelse waarde
De vrede als Bijbelse waarde voor orde in de kerk is een motief dat in de brieven van Paulus frequent terugkomt. Paulus roept bijvoorbeeld de Efeziërs op zich in te spannen om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest geeft. De vrede heeft samenbindende kracht. Jezus wordt de vrede in persoon genoemd wanneer Paulus Hem ‘onze vrede noemt’. Jezus is daarmee de belichaming van de vrede waarin er ademruimte is voor de Geest, die de liefde, de waarheid en de eenheid mogelijk maakt. Zonder Hem is er wanorde, die je de adem beneemt, omdat het de zuurstof van de Geest onttrekt, de eenheid, waarheid en liefde afknelt. Wie deze waarde laat prevaleren boven de regels en afspraken in het kerkrecht hanteert het kerkrecht niet irenisch, maar legalistisch. Vrede heeft samenbindende kracht, wat Jezus in hoogsteigen persoon heeft bewezen door Zijn verzoening aan het kruis, waardoor Hij de vrede heeft gebracht. Wie het principe van de Bijbelse vrede tot uitgangspunt neemt bij de toepassing van het kerkrecht, gaat tot uiterste om de vrede te bewaren. Wie dat niet doet en dat niet wil, veroorzaakt wanorde. Niet voor niets dat Rutgers in zijn commentaar op artikel 1 van de kerkorde verwijst naar Voetius die een zevental kenmerken noemt waar aan een goede kerkorde moet voldoen. Zo mag er volgens hem geen dwang zijn op het geweten; dat wil zeggen: kerkelijke regels zijn door mensen bedacht en staan nooit op gelijke hoogte met Gods Woord. Ze mogen mensen dus nooit dwingen in hun diepste overtuiging, hun geweten. Ten tweede zijn de regels altijd aanpasbaar; regels zijn er niet voor de eeuwigheid. Een goede kerkorde moet kunnen meebewegen met de tijd; alleen de Bijbel is onveranderlijk. In de derde plaats bevat de kerkorde geen details, maar hoofdlijnen; Niet elk specifiek geval hoeft tot achter de komma geregeld te worden. In de vierde plaats mag er op de plaatselijke praktijk en gewoontes worden vertrouwd; anders verstikt het leven in de kerk en krijg je legalisme. Ten vijfde bevat de kerkorde alleen regels over kerkzaken; de kerkorde moet zich niet met andere zaken bemoeien. Voor niet-kerkelijke zaken kun je hooguit een goed advies geven, maar geen wetten voorschrijven. Op de zesde plaats moet de kerkorde kort en bondig zijn; hoe meer regels, hoe meer ruzie over de uitleg ervan. Een dik wetboek zorgt alleen maar voor juridisch gesteggel. De kerkorde moet duidelijke regels bevatten; regels moeten daarom kort en krachtig zijn, zodat iedereen begrijpt waar hij aan toe is. En ten slotte moet de handhaving van de kerkorde niet al te rigide zijn.; pas regels nooit té streng toe alsof het goddelijke wetten zijn. Dat leidt tot willekeur in plaats van tot een gezonde opbouw van de kerken binnen het kerkverband.[6] Daaruit volgt volgens Rutgers dan ook dat een overtreding van de kerkorde niet per se hoeft te worden afgekeurd, zolang die overtreding de orde in de kerken maar niet verstoord of de afwijking van de kerkorde zelfs beter bewaard.[7] Daarmee laat Voetius in feite zien dat de kerkorde allemaal elementen bevat, die de vrede als waarde voor kerk-zijn weerspiegelen. Daarom is er goede grond om in de ontstane conflictsituatie binnen de CGK opnieuw met elkaar het gesprek te zoeken tijdens de generale synode Hoogeveen, omdat door de afwikkeling van de revisieverzoeken ViA en de besluitvorming rondom het sluiten van de synode Rijnsburg/Nunspeet in onvoldoende mate rekening is gehouden met het feit dat kerkrecht vredesrecht is. Door de waarde van de samenbindende kracht van de vrede uit het oog te verliezen, zijn er besluiten genomen die de vrede in de kerken niet hebben gediend, maar tot wanorde hebben geleid. Het herstel van de vrede is daarom ook een morele verplichting voor de kerken van het kerkverband, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.
________________
[1] Speelman, P. (2026, 7 maart). Of het nu over Bethel Drachten of de CGK gaat, bij een conflict is het zoeken naar de Bijbelse weg. Nederlands Dagblad. https://www.nd.nl/opinie/opinie/1308759/of-het-nu-over-bethel-drachten-…;
[2] Redactie & Redactie. (2025, 28 april). Normen en waarden: basis voor onze samenleving. Filosofie Blog. https://filosofie-blog.nl/ormen-en-waarden-uitleg/;
[3] 1 Corinthiërs 14:40
[4] Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019a). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND. https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/CGK-Kerkorde-2022-2410.pdf, artikel 1;
[5] Dirk de Groot: Een ethische blik op het Nederlandse landbouw-voedselsysteem. (2022). In Theologische Universiteit Kampen [Thesis], pagina 26
[6] Rutgers, F.L. (1892-) Art. 1. (z.d.). https://kerkrecht.nl/node/1280/
[7] idem

Reactie toevoegen