Van Vulpen ageert in het Nederlands Dagblad van 18 juni 2022 tegen de opiniebijdrage van Gerard den Hertog op 9 juni 2022 in het Nederlands Dagblad, die de vinger bij de zere plek legde inzake de synodebesluiten van de Christelijke Gereformeerde Kerken over vrouw en ambt. Zeker, de opiniebijdrage van Den Hertog was scherp geformuleerd, maar daartoe is ook volop reden. Niet minder dan de kerk en het kerk-zijn, staat immers op het spel. Zoals Den hertog terecht onder de aandacht heeft gebracht, geven de synodebesluiten er blijk van dat bepaalde standpunten naast en bovenop de gereformeerde belijdenis het eigene van de Christelijke Gereformeerde kerken zouden uitmaken.

Geen argument
Dat wordt bevestigd door diegenen die de plaatselijke kerken als Zwolle en Lelystad liever niet binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken willen houden als zij persisteren bij hun besluiten om de ambten open te stellen voor vrouwen. Van Vulpen zijn reactie onderstreept dit. Dat de Generale Synode met haar besluiten aansluit bij de klassiek-gereformeerde Schriftuitleg is geen argument om het verwijt van Den Hertog mee te pareren. Zij is eerder het bewijs van het tegendeel. Van Vulpen zet de lezers op een dwaalspoor, omdat hij met zijn uitspraak, dat de synode aansluit bij de klassiek-gereformeerde Schriftuitleg, in feite bedoelt te zeggen dat die uitleg de enige juiste uitleg is en mag zijn. Dat onderbouwt Van Vulpen ook met een beroep op artikel 29 NGB waarin beleden wordt dat de kerk ‘zich richt naar het zuivere Woord van God en alle dingen verwerpt die daarmee in strijd zijn en Christus erkent als het enige Hoofd.’ Van Vulpen stelt in feite: omdat het synodebesluit aansluit bij de klassiek-gereformeerde Schriftuitleg richt die uitleg zich naar het zuivere Woord van God, zodat een andere dan de klassiek-gereformeerde Schriftuitleg zich niet kan richten naar het zuivere Woord van God. Alles wat zich niet richt naar het zuivere Woord van God, is in strijd met het Woord van God en moet daarom worden verworpen. Echter, deze opvatting is bijna roomser dan de Paus zelf; het geeft namelijk blijk van een volledige misinterpretatie van wat de kerken van het protestantisme daadwerkelijk belijden. Artikel 29 NGB is mede een reactie op het leergezag van Rome. Waar de Rooms Katholieke Kerk het gezag heeft over de Bijbeluitleg, verwerpen de kerken van de Reformatie dat expliciet. Artikel 29 NGB zegt namelijk niet dat wat de kerk als juist aanvaard het enige juiste is, maar het artikel zegt dat de kerk alleen verwerpt wat in strijd is met het Woord van God. Dat is geen detail of semantiek, maar de essentie van dit artikel. Waar Rome haar leergezag absoluut maakte, bewaren gereformeerde kerken terughoudendheid, omdat aan het Woord zelf het gezag moet worden gelaten en zij de vrijheid van exegese, als tegenhanger van Rome, voorstaan. Artikel 29 NGB geeft de grens van het toelaatbare aan; er is vrijheid van exegese en dus van Schriftverstaan, maar zij mogen nooit in strijd zijn met het Woord, dat wil zeggen: het Woord zelf tegenspreken.  Het Woord zelf moet aan het woord en bij het verstaan van dat Woord is ruimte voor verschillende interpretaties. Zolang de exegese zich richt op dat Woord, dat wil zeggen zich baseert op het Woord Van God, valt dit binnen de bandbreedte van het belijden van de kerk.

Groepsdenken
En dus heeft Den Hertog volkomen gelijk wanneer hij het vijftal christelijke gereformeerde broeders verwijt dat zij zich schuldig maken aan funest kerkelijk groepsdenken. Van Vulpen verabsoluteert kerkelijke besluiten door artikel 29 NGB zo manier te interpreteren dat het niet meer overeenstemt met de tekst van het artikel, laat staan zijn bedoeling. Artikel 29 NGB verengt niet het kerk-zijn, maar verruimt het door zich af te zetten van de knellende roomse opvatting. En door voorstanders te verwijten dat hun opvatting in strijd is met de Schrift, is juist dat tendentieus en niet onderbouwd. Wat er ook van het meerderheidsrapport over vrouw en ambt te zeggen valt, nergens, maar dan ook nergens, wordt gesteld dat de minderheidsopvatting in strijd is met Gods Woord.

Kerkelijke noodsituaties
Daarom zijn m/v besluiten van de generale synode zo kwestieus. Het is namelijk al jarenlang duidelijk dat er verschillen in Schriftverstaan zijn als gevolg van verschillende exegeses. De maatstaf is niet welke uitlegmethode wordt er gehanteerd, maar of de schriftuitleg niet in strijd is met Gods Woord. Door de maatstaf van artikel 29 NGB verkeert toe te passen, ontstaan er kerkelijke noodsituaties. Er is in in de besluitvorming geen rekening gehouden met de vrijheid van exegese en daarmee de gewetensvrijheid, verworvenheden uit de Reformatie; echter, vrijheid van geweten en exegese laten zich niet knechten door synodebesluiten. Nood breekt wet en als het geweten tegenover het recht komt te staan, prevaleert het geweten. Dat is in lijn met het belijden en de orde van de kerk. Niet voor niets dat artikelen 31 K.O. en artikel 32 NGB grenzen stellen aan rechtsgeldigheid van besluiten. Nu blijkt dat voor plaatselijke kerken de synodebesluiten geen rechtskracht hebben, het onaanvaardbaar voor hen is om de ambten niet open te stellen, ligt het in de vrijheid van de kerken de ambten open te stellen, mits revisie wordt ingesteld en nauwkeurig wordt verantwoord waarom het onaanvaardbaar is de ambten niet open te stellen. Als voor deze plaatselijke kerken kerkrecht onrecht wordt, dat in geweten niet kan worden gedragen, dan mag dat onrecht niet voortduren vanwege kerkelijke procedures. In dat geval gaat geweten boven recht. Dan zal, vervolgens, na revisie blijken of het minderheidsstandpunt alsnog aanvaardbaar is, nog steeds onaanvaardbaar maar toch kan worden verdragen omdat zij niet in strijd is met de Schrift of definitief onaanvaardbaar  is, waardoor het kerkverband scheurt. Het gereformeerde kerkrecht biedt hiervoor voldoende ruimte en deze handelswijze is behulpzaam om zoveel mogelijk recht te doen aan de gewetensvrijheid, de vrijheid van exegese en het (kerk)recht. Het is de weg van de verdraagzaamheid die uitsluitend wordt begrensd door artikel 29 NGB dat bepaalt dat er nooit in strijd met Gods Woord mag worden gehandeld.

Miskent ruimhartigheid
Van Vulpen miskent in zijn opiniebijdrage de ruimhartigheid die zowel het belijden van de kerk en als de kerkorde bieden. Zolang plaatselijke kerken niet in strijd met Gods Woord handelen, maar wel overeenkomstig hun geweten, doet de meerderheid er verstandig aan hen te verdragen. Doen zij dat niet dan zondigen zij niet zozeer tegen de liefde, maar tegen dè Liefde, de Heer van van de kerk, zelf. En het presbyteriaans-synodaal stelsel van kerkregering staat juist mede in het teken van de vrijheid van exegese en gewetensvrijheid, omdat het de vrede bevordert. Dat is passend, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.

 

Reactie toevoegen

commentaar