Komende dagen zal de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken over het onderwerp vrouw en ambt spreken. Daarvoor liggen meerderheids- en minderheidsrapporten ter tafel die voorstellen bevatten om uitspraak te doen op een aantal instructies zoals die vanuit de kerken zijn ingebracht en op de agenda van de synode staan.

Wereldkerk
De rapporten laten grote verdeeldheid en verschillen zien in gereformeerde ambtsvisie; wat enigszins onderbelicht lijkt te blijven, is het aanvullende minderheidsrapport waarin aandacht wordt gevraagd voor de rol van de vrouw in de wereldkerk of misschien iets minder pretentieus kerken in de wereld. De rapporteurs leggen er de vinger bij dat in kerken buiten Nederland vrouwen ambtsdragers kunnen zijn. Nee, niet in elke denominatie, maar toch een aantal, waaronder kerken waarmee wordt samengewerkt door de CGK  of die zelfs door zendingsactiviteiten zijn voortgekomen uit de CGK. Een belangwekkend aandachtspunt omdat het de focus verbreedt van naar binnen het eigen kerkverband ook naar buiten het eigen kerkverband. Bovendien is zij belangwekkend omdat het de focus op het schriftverstaan kan verbreden door aandacht te hebben voor bijbelse argumentatie die deze kerken ten grondslag leggen aan hun ambtsvisie. Het kan daarmee helpen te reflecteren op de eigen ambtsvisie.

Verdraagzaamheid
In Overpeinzing XIII is al aandacht gevraagd voor de opmerkingen in het meerderheidsrapport van diezelfde commissie; uit het meerderheidsrapport bleek dat er verdraagzaamheid is tegen buitenlandse zusterkerken die vrouwelijke ambtsdragers kennen. Die verdraagzaamheid is een aanwijzing dat kennelijk de bestaande ambtsvisie binnen de CGK niet van principiële aard is en kan zijn. Als de ambtsvisie wel principieel zou zijn zou van verdraagzaamheid immers geen sprake kunnen zijn, omdat dan sprake zou zijn van verdraagzaamheid in strijd met de Schrift. Wie het één met het ander combineert, zou tot de conclusie moeten komen dat als de ambtsvisie niet principieel is en de CGK verdraagzaam zijn op dit punt naar buitenlandse kerken waarmee zij relaties onderhouden, diezelfde verdraagzaamheid ook binnen het eigen kerkverband opgebracht zou moeten kunnen worden.

Van meet af aan
Het pleidooi voor verdraagzaamheid wint des te meer aan kracht wanneer bedacht wordt dat een aantal kerken binnen het kerkverband van meet af aan bezwaren hebben gehad en gehouden bij de synodale uitspraak van 1998. Een aantal kerken, zoals Hilversum, Nijmegen, maar ook Dronten, hebben revisieverzoeken ingediend tegen de uitspraak van de generale synode van 1998. De kerkenraad van Dronten heeft uitgesproken voor openstelling te zijn, maar zich tot nu toe altijd geconformeerd aan het meerderheidsstandpunt, omdat voor hem die uitspraak niet dusdanig beklemmend was dat het de opbouw en de voortgang van de gemeente belemmerde. Dat laat evenwel onverlet dat de kerkenraad van Dronten zijn Bijbelse opvatting over de openstelling altijd heeft gehandhaafd.

Jarenlang
Wat daarvoor in de discussie over vrouw en ambt belangrijk is, is dat één van de bezwaren die het meerderheidsrapport geeft tegen openstelling te maken heeft met het schriftverstaan dat pleit voor openstelling en zelfs mogelijk het Schriftgezag dat in het geding zou zijn. In het meerderheidsrapport wordt voorgesteld om onder meer uit te spreken: “dat de thematiek ‘vrouw en ambt’ zodanig de omgang met en mogelijk het gezag van de Schrift raakt, alsook de wijze waarop wij samen met de Schriften omgaan en de wijze waarop wij samen kerk zijn, dat het van principieel gewicht is dat wij over dit onderwerp als kerken samen besluiten.” De openstelling van de ambten zou direct samenhangen met de wijze waarop de CGK met de Schriften omgaan en de wijze waarop zij samen kerk zouden zijn. Echter, de CGK Dronten heeft al tientallen jaren een ambtsvisie die overeenstemt met het minderheidsstandpunt van toen en nu; haar omgaan met de Schrift en de wijze van kerk-zijn is consistent. Toch is die afwijkende omgang met de Schrift, zijn afwijkend Schriftverstaan nooit reden geweest voor problemen met het kerk-zijn. Dronten heeft al die jaren loyaal onderdeel uitgemaakt van het kerkverband. Afgevaardigden naar meerdere vergaderingen participeerden in commissies die door meerdere vergaderingen werden ingesteld en dat heeft niet tot problemen geleid. Wat het standpunt van de kerkenraad van Dronten was en is, heeft hij ook nooit onder stoelen of banken geschoven en het mag bekend verondersteld worden dat hij ook nu vurig hoopt dat de synode terugkomt op haar uitspraak uit 1998. Het argument dat een herbevestiging van de uitspraak uit 1998 noodzakelijk is, omdat de ambtsvisie raakt aan het kerk-zijn van de CGK, is dan ook bewezen onjuist. Er is geen enkel probleem om verschillende ambtsvisies, gegrond op verschillen in Schriftverstaan, binnen de CGK te kennen. Die zijn er altijd geweest; Het kerkverband is er niet door gescheurd. Nu er altijd verschillen in Schriftverstaan hebben bestaan, die alleen nauwelijks zichtbaar waren, omdat de minderheid zich tot voor kort conformeerde aan het standpunt van de meerderheid, is niet te verwachten dat bij openstelling van de ambten de CGK in een glijdende schaal naar vrijzinnigheid afglijden. Het is immers al staande praktijk dat verschillend Schriftverstaan naast elkaar voorkomen. Daarin verandert de openstelling van de ambten ten principale niets.

Focus
Wie de focus verbreedt naar de wereldkerk, de verdraagzaamheid van de CGK onderkent ten opzichte van buitenlandse kerken waarmee zijn relaties onderhouden en erkent dat binnen de CGK al jaren verschillende opvattingen leven die nooit tot escalaties hebben geleid, kan geen andere conclusie trekken dan dat van een principiële kwestie eenvoudigweg geen sprake kan zijn. Daarentegen mag wél onderkend worden dat een groot aantal kerken in toenemende mate verlegen zijn met de huidige situatie, die tot gewetensnood leidt. Dat heeft te maken met ontwikkelingen bij andere kerkgenootschappen, zoals de GKV en NGK. Ook de voortgaande studie op dit onderwerp versterkt de overtuiging dat de Schrift vrouwen niet uitsluit van gezaghebbend leidinggeven. Juist doordat in 2001 aan vrouwen meer ruimte is geboden om te participeren in onder andere het pastoraat, heeft voorstanders van openstelling in gewetensnood gebracht. Het blijkt dat inderdaad vele vrouwen gaven van geestelijk leidinggeven hebben ontvangen van de Geest; deze vrouwen worden evenwel niet tot de bediening van het ambt toegelaten, ondanks hun gaven. Die ervaring en dat besef, brengt met zich dat het Schriftverstaan niet langer vrijblijvend is, maar van werkelijke betekenis voor de voortgang van het Evangelie en de opbouw van de gemeente. Juist nu wordt gevoeld en ervaren dat het onrecht is om vrouwen die met gaven zijn begiftigd om geestelijk leiding te geven, van de ambten uit te sluiten. Samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten ervaren concreet hoe klem en verloren zij raken nu in de samenwerking het CGK-smaldeel eraan in de weg staat dat vrouwen tot de ambten worden toegelaten. Het frustreert in toenemende mate de samenwerking en het bemoeilijkt de samenwerking als samenwerkende gemeenten. En juist omdat de Schrift de openstelling niet principieel afwijst, terwijl de overtuiging bestaat, op grond van de Schrift, dat openstelling belangrijk is voor de opbouw van de gemeente en de voortgang van het Evangelie, juist daarom knelt het als de synode haar uitspraak herbevestigt en alles in het werk zou stellen om de minderheid te dwingen zich te conformeren aan de synode uitspraak.

Evangelie
Daarom doet de synode er wijs aan om de beslissing om de ambten open te stellen aan de plaatselijke kerken over te laten. Daarmee legt de synode niet meer lasten op aan de kerken dan noodzakelijk is. Het biedt ruimte voor de kerken om te doen wat echt belangrijk is, de verkondiging van het Evangelie; voorstanders van openstelling zijn op grond van de Schrift ervan overtuigd dat het bereik van het Evangelie van de opgestane Heer vergroot wordt als ook vrouwen hun gaven, om geestelijke en gezaghebbend leiding te geven, ten volle worden benut. Als plaatselijke kerken binnen de CGK dat anders taxeren, eveneens op grond van de Schrift, staat het hen vrij de ambten niet open te stellen. Het wordt hoog tijd om de ambten open te stellen ten dienste van het Evangelie. Dat voorkomt wanorde en dat is goed, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.

Reactie toevoegen

commentaar