Deze tekst vormt de tweede Vrije-Interpretatie in een serie die dient ter weerlegging van de kritiek van de heer Remmelzwaal op de eerdere publicatie ‘Vrome praatjes’. Centraal staat het verweer tegen de Davidanalogie en de vraag wat ware integriteit en Schrifttrouw inhouden.
Naar aanleiding van de Vrije-Interpretatie ‘Vrome praatjes’ gaf de heer Remmelzwaal een kritische reactie. In Paradox van gehoorzaamheid is het stromanargument dat Remmelzwaal opvoerde als bezwaar tegen de Vrije-Interpretatie ‘Vrome praatjes’ weerlegd. In deze Vrije-Interpretatie zal Remmelzwaals bezwaar tegen de Davidanalogie worden weersproken. Ds. Egas beroept zich op Mattheüs 5:37 ter onderbouwing van zijn standpunt dat er sprake zou zijn van een vertrouwensbreuk binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Die vertrouwensbreuk in de kerken zou komen, omdat een aantal kerken zich niet meer houdt aan het ja-woord dat zij gegeven hebben. Het zou daarbij gaan om een fundamenteel geloofsbeginsel ‘trouw-zijn’. God is betrouwbaar en van zijn kinderen vraagt Hij hetzelfde, aldus Egas. Echter, ds. Egas ziet eraan voorbij dat woordbreuk niet hetzelfde is als Woordbreuk. Mattheüs 5:37 gaat niet over woordbreuk, maar over integer handelen. Het niet voor vast en bondig kunnen houden van synodebesluiten gaat ook niet over woordbreuk of ontrouw, maar over integer handelen.
Meden en Perzen
Met een beroep op Mattheüs 5:37 laat ds. Egas de Bijbel buikspreken, waarmee de vrede in de kerken niet is gediend. Met het Bijbelse voorbeeld van Davids belofte onder ede aan om alle mannen van Nabal te zullen vermoorden vanwege Nabals respectloze gedrag tegenover David, is duidelijk gemaakt dat Jezus in Mattheüs 5:37 niet heeft bedoeld te zeggen dat een eenmaal gedane belofte een wet van Meden en Perzen is, maar dat Jezus bedoelde duidelijk te maken dat mensen moeten instaan voor zichzelf. Dat is de betrouwbaarheid waarop Jezus doelt. Mensen die bekendstaan om hun betrouwbaarheid hoeven hun woorden niet met een eed te bekrachtigen; op hun 'ja' kan men immers blind vertrouwen. Door God erbij te halen, wordt er ruimte gelaten om te twijfelen aan iemands oprechtheid en integriteit. Als de exegese van ds. Egas gevolgd wordt, houdt ja-ja en nee-nee iets onveranderlijks in. Een eenmaal gedane belofte, toezegging of afspraak zou onveranderlijk zijn, omdat elke verandering of afwijking van een eerder gedane belofte, toezegging of afspraak, iemand per definitie onbetrouwbaar maakt.
Van gedachte veranderen
Aan de hand van het Bijbelse voorbeeld van David is duidelijk gemaakt dat die uitleg van Jezus’ woorden nooit bedoeld kan zijn. Immers, David zwoer wraak. Zijn belofte om alle mannen van Nabal te vermoorden versterkte hij door te zeggen: 'God mag met me doen wat Hij wil als ik morgenvroeg van zijn familie ook maar iemand van het mannelijk geslacht in leven heb gelaten!’[1] Het is vervolgens Abigaïl die David van gedachte doet veranderen. Zij betoogt dat de HEER David ervan heeft weerhouden om het recht in eigen hand te nemen en daardoor bloedschuld op zich te zou laden.[2] David laat zich overreden door Abigaïl en bevestigt dat ook als hij zegt: ‘Ik dank de HEER, de God van Israël, dat Hij u vandaag op mijn weg heeft gestuurd. En u dank ik voor uw verstandig optreden van zojuist, waarmee u hebt voorkomen dat ik het recht in eigen hand nam en me schuldig zou maken aan moord. Maar zo waar de HEER leeft, de God van Israël, die me ervan heeft weerhouden om u kwaad te doen, als u niet zo snel naar me toe was gekomen, was er van Nabals familie morgenvroeg niemand van het mannelijk geslacht meer in leven geweest!’ En hij aanvaardde haar geschenken met de woorden: ‘Ga gerust naar huis; ik heb uw woorden aangehoord en uw verontschuldigingen aanvaard.’ Dus dat kan, van gedachte veranderen, omdat iemand anders argumenten daarvoor geeft, die overtuigend zijn.
Laten overtuigen
Abigaïl wijst David erop dat hij niet het recht in eigen hand mocht nemen en dat haar komst in feite de tussenkomst van de Heer zelf was. David komt daardoor terug op zijn gezworen wraak. Daarmee pleegde David geen woordbreuk, hoewel hij zijn woorden brak. David handelde bij uitstek integer door niet te doen wat hij bij God gezworen had. Daarmee was David bij uitstek trouw aan zichzelf en aan God om geen moord te plegen en niet het recht in eigen hand te nemen. Dat toont aan dat de woorden van Jezus niet zomaar uitgelegd kunnen worden in die zin dat, als iemand zich niet aan zijn belofte houdt, diegene daarmee per definitie onbetrouwbaar is en een vertrouwensbreuk veroorzaakt. Daar zijn bijkomende omstandigheden voor nodig, namelijk dat het niet-nakomen van of het terugkomen op een belofte, de integriteit van iemand aantast. Abigaïl maakte David met argumenten duidelijk dat zijn integriteit in het geding was en David liet zich overtuigen.
Trouw zijn
Jezus zegt, wees betrouwbaar in wat je zegt en doet, handel integer. Dat wil zeggen wees eerlijk, betrouwbaar en oprecht, en houdt vast aan normen en waarden. Dan is het onderstrepen daarvan onder het aanroepen van de naam van de Heer overbodig, zelfs een vorm van misbruik. Remmelwaals interpretatie dat het iemand kennelijk alleen geoorloofd is om terug te komen op zijn woord als sprake zou zijn van een objectieve zonde, zoals moord, vindt geen steun in Jezus ‘woorden noch in de geschiedenis van Nabal. Waar het om gaat is dat iemand trouw is aan God en Zijn Woord. Dat omvat ook het terugkomen op het voornemen tot het begaan van een zonde zoals moord, maar evengoed omvat dat het niet aanvaarden van synodebesluiten, waarvan op grond van Gods Woord geconcludeerd moet worden, dat zij niet in overeenstemming zijn met de juiste uitleg van het Woord. Het is zoals dr. Bert Loonstra in een van zijn blogs verwoordt:
“Egas gaat eraan voorbij dat alle kerkelijke besluiten onder een voorbehoud staan: het voorbehoud dat ze overeenstemmen met de Schrift, de belijdenis en kerkordelijke en andere synodale bepalingen. Als een kerkenraad overtuigd is dat een besluit een ongeoorloofde gewetensdwang oplevert, zal hij dat argumenteren. Vervolgens moet dat dan door een kerkelijke vergadering worden weerlegd. Gebeurt dat niet overtuigend, dan blijft die kerkenraad aan de Bijbel een hoger gezag toekennen dan aan een kerkelijk besluit”.[3]
Deze passage uit het blog van Loonstra is een parafrase van artikel 7 Nederlandse Geloofsbelijdenis.[4] Integer handelen houdt ook in dat de Schrift de hoogste norm is, die boven synodebesluiten uitgaat. En zoals iedere tekst uitleg behoeft, geldt dat ook voor de Bijbel; zij moet worden uitgelegd om de Schrift te kunnen begrijpen, het Schriftverstaan. Het getuigt van integer handelen als kerken hun van argumenten voorziene Schriftverstaan laten prevaleren boven synodebesluiten. De suggestie van Remmelzwaal dat sprake zou zijn van een gelegenheidsargument om een eigen agenda erdoor te drukken, is bezijden de waarheid en ongegrond.
Geldende kerkorde
Daar komt bij dat artikel 31 K.O. ondergeschikt is aan de belijdenis en de belijdenis op haar beurt weer ondergeschikt is aan de Schrift. In zoverre in het ondertekeningsformulier door ambtsdragers wordt verklaard dat zij in hun ambtelijke dienst zich houden aan de geldende kerkorde en verdere bepalingen en besluiten van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, kan die verklaring nooit los gezien worden van Schrift en belijdenis. De belofte uit het ondertekeningsformulier los zien van Schrift en belijdenis geeft een uitleg die regelrecht in strijd is met het belijden van de kerken zelf. Zij belijden namelijk in artikel 7 NGB dat zij alles hartgrondig verwerpen wat niet met de Bijbel overeenkomt. Dat wil zeggen dat de belofte begrensd wordt door Schrift en belijdenis. Niet voor niets dat het ondertekeningsformulier spreekt over ‘de geldende’ kerkorde, verdere bepalingen en besluiten. Er wordt niet in algemene zin beloofd om zich te houden aan de kerkorde, verdere bepalingen en besluiten sec, maar daaraan is nadrukkelijk de voorwaarde verbonden dat het moet gaan over de geldende kerkorde, verdere bepalingen en besluiten. En het betreffende woord ‘geldende’ verwijst op zijn beurt weer naar artikel 31 K.O. dat bepaalt dat alleen die besluiten voor vast en bondig kunnen worden gehouden die niet in strijd zijn met Schrift, belijdenis en kerkorde.
Geclausuleerde gebondenheid
Wat betreft het feit dat een besluit niet in strijd mag zijn met de belijdenis, betekent dit ook dat besluiten niet in strijd mogen zijn artikel 7 NGB. Artikel 7 NGB zegt dat alles moet worden verworpen wat 'niet overeenkomt' met de Bijbel. Dat is ruimer dan: ‘wat in strijd is’ met de Bijbel. Dit laatste zou betekenen dat een kerkelijk besluit of een menselijke traditie alleen zou mogen worden verworpen als het de Bijbel direct tegenspreekt. Dit zou de kerk teveel macht geven; alles wat de Bijbel "vrijlaat" of waar de Bijbel niet expliciet over spreekt dan wel waar exegetische verschillen over bestaan, zou de kerk dan toch dwingend kunnen opleggen. Dat zou aan de volkomenheid van de Bijbel geweld aandoen. En daarmee is dan ook niet vol te houden dat ambtsdragers zich onvoorwaardelijk binden aan de kerkorde, verdere bepalingen en besluiten, terwijl die geen op zichzelf staand gezag hebben, maar alleen bindende kracht hebben indien en voor zover zij overeenstemmen met de Schrift. De aan het ondertekeningsformulier toegevoegde belofte van ambtsdragers om zich te houden aan de geldende kerkorde, verdere bepalingen en besluiten van de Christelijke Gereformeerde kerken impliceert uiteraard geen vrijblijvendheid, maar is geclausuleerde gebondenheid.
Eenheid en belijden
En is er nog iets van belang; de ondertekeningsformulieren van de kerken uit de gereformeerde gezindte bevatten allemaal een gelijksoortige passage:
“Wij beseffen dat de gemeente geroepen is om pijler en fundament van de waarheid te zijn en dat zij leeft van het Evangelie dat haar is overgeleverd. Ook zijn wij ons ervan bewust dat de eenheid van de kerk gelegen is in haar belijden. Daarom beloven wij dat wij geen opvattingen die afwijken van het belijden van de kerk in het openbaar zullen verspreiden en verdedigen. In plaats daarvan zullen we onze opvatting uit eigen beweging of desgevraagd voorleggen aan de kerkenraad, classis of (particuliere) synode. Deze zal naar aanleiding van onze opvatting een onderzoek instellen om die te toetsen aan het Woord van God.”[5]
In het ondertekeningsformulier staat dus onomwonden dat de eenheid van de kerk gelegen is in haar belijden. Om die reden beloven ambtsdragers ‘geen opvattingen die afwijken van het belijden in het openbaar te zullen verspreiden en verdedigen’. Met betrekking tot ViA en de besluitvorming daaromtrent heeft de generale synode onder meer expliciet overwogen:
‘dat broeders en zusters die op het punt van ‘vrouw en ambt’ een visie hebben die afwijkt van de synodale besluiten, hun plaats in de kerken voluit kunnen blijven innemen, maar dat van hen verwacht mag worden dat zij zich voor de kerkelijke praktijk voegen naar de besluiten van de synode’[6]
Met deze uitspraak door de generale synode spreekt zij ook uit dat zij de minderheidsvisie over vrouw en ambt niet vindt afwijken van het belijden van de kerken. Immers, als dat zo zou zijn, zou het niet geoorloofd zijn die visie in het openbaar te verspreiden en te verdedigen. Daarmee is ook gegeven dat de minderheidsvisie overeenstemt met de Bijbel, ex artikel 7 NGB. Immers, het is niet toegestaan om van de belijdenis afwijkende opvattingen in het openbaar te verspreiden en te verdedigen. Als de minderheidsvisie zou afwijken van het belijden, kan zij namelijk niet overeenstemmen met de Bijbel. Als de minderheidsvisie overeenstemt met de Bijbel, wijkt zij dus niet af van de belijdenis. Als de minderheidsvisie niet afwijkt van het belijden van de kerken, kan de eenheid van de kerk evenmin in het geding zijn, omdat zij immers gelegen is in haar belijden. En als de eenheid van de kerk niet in het geding kan zijn, kan er ook geen sprake zijn van een vertrouwensbreuk, simpelweg omdat de eenheid van de kerk niet is gebaseerd op kerkelijke besluiten, maar op haar belijden.
Trouw aan de belijdenis
Kerkelijke betrouwbaarheid, in de woorden van Mattheüs 5:37, houdt daarom in dat kerken altijd trouw zijn aan de belijdenis. Dat impliceert ook dat plaatselijke kerken niet bereid zijn om de synodebesluiten over ViA en homoseksualiteit voor vast en bondig te houden, die dwingend worden opgelegd en daarmee gelijkgesteld worden met de Bijbel zelf, omdat zij daarmee in strijd zijn met het belijden van de kerk en daardoor de eenheid van de kerk aantasten. Besluiten die één vorm van Schriftverstaan bindend opleggen, zijn besluiten die in strijd zijn met artikel 7 NGB, ondanks dat die ene vorm van Schriftverstaan zelf inhoudelijk overeenkomt met de Bijbel. Feit is echter dat, als er een minderheidsvisie is over bijvoorbeeld ViA, waarvan niet gezegd kan worden dat die niet overeenkomt met de Bijbel en dus niet verworpen hoeft te worden, die minderheidsvisie recht van bestaan heeft in het kerkverband. Dan wordt door een meerderheidsvisie dwingend op te leggen in een synodebesluit dat dwingende besluit gelijkgesteld aan de Bijbel, omdat die meerderheidsvisie dan de enige visie is die binnen het kerkverband wordt aanvaard. Dat is precies waartegen het kerkverband zich in artikel 7 NGB uitspreekt. Het is ook precies daarom dat kerken van de minderheidsvisie die meerderheidsvisie, in geweten gegrond op Gods Woord, niet voor vast en bondig kunnen aanvaarden. Immers, een dergelijk besluit is in strijd met artikel 7 NGB; en daarmee is dat besluit in strijd met artikel 31 K.O., omdat de tenzij-bepaling daarvan voorschrijft dat kerkelijke besluiten alleen voor vast en bondig worden gehouden, die niet in strijd zijn met onder andere de belijdenis.
Integer handelen
Integer handelen betekent in dit geval dat kerken, kerkenraden en kerkleden altijd de Schrift en de belijdenis laten prevaleren boven kerkelijke besluiten die dwingend worden opgelegd en daarmee gelijkgesteld worden aan de Bijbel. Zoals David terugkwam op zijn aanvankelijk gezworen belofte en dus integer handelde, zo handelen plaatselijke kerken eveneens integer door besluiten niet te aanvaarden die opgelegd worden of gelijkgesteld zijn aan de Bijbel. En daarmee handelen zowel David als de plaatselijke kerken integer. Er is pas sprake van woordbreuk binnen het kerkverband als er sprake is van Woordbreuk, bijvoorbeeld als er kerkelijke besluiten worden genomen die in feite gelijkgesteld worden aan het Woord, waardoor het Woord niet langer het hoogste Woord is. Dan hebben de kerken dan de plicht om de basis van het kerkverband, de eenheid van het kerkverband, de belijdenis, te handhaven.
Vierslag doet belijdenis geweld aan
Het beroep van de Rijnsburggroep op haar zogenaamde ‘vierslag’ doet het belijden van de kerken geweld aan, omdat zij kerkelijke besluiten gelijkstelt aan de Schrift, de belijdenis en de kerkorde. Zij verliest daarmee uit het oog dat kerkelijke besluiten te allen tijde onderworpen zijn aan de Schrift, de belijdenis en de kerkorde, zoals de kerkorde onderworpen is aan de Schrift en belijdenis en de belijdenis is onderworpen aan de Schrift, die op haar beurt aan niemand of niets is onderworpen, omdat zijzelf de hoogste norm is. Over de kerkorde en de belijdenis is binnen het kerkverband unanieme overeenstemming, omdat zij beide overeenkomen met de Schrift. Kerkelijke besluiten zijn echter onderworpen aan een strenger regime, zij mogen namelijk niet in strijd zijn met Schrift, belijdenis en kerkorde. De eenheid binnen het kerkverband vindt haar grondslag in het gezamenlijk naspreken van de Schrift in de belijdenis. Verschillen in Schriftverstaan die overeenkomen met de Schrift en daarmee met de belijdenis van de kerk, kunnen verdragen worden van elkaar, hoe lastig dat soms ook kan zijn. Zolang zij overeenstemmen met de Bijbel hebben zij legitimiteit. Die legitimiteit kan niet door een kerkelijk besluit daaraan ontnomen worden. Integer handelen vereist dat kerkelijke besluiten, die een meerderheidsvisie verheffen tot de absolute norm, niet voor vast en bondig kunnen worden gehouden, omdat zij in strijd zijn met de belijdenis van de kerk.
Binnen de grenzen van de belijdenis
In het ondertekeningsformulier beloven ambtsdragers dat zij geen opvattingen in het openbaar zullen verspreiden en verdedigen die afwijken van het belijden van de kerk. Uit het besluit over ViA blijkt bijvoorbeeld dat de generale synode daarin de openbare verspreiding en verdediging van de minderheidsvisie niet verbiedt. En daarmee moet de conclusie zijn dat die minderheidsvisie dus binnen de grenzen van de belijdenis blijft. En daarmee ontbreekt de legitimatie voor de Rijnsburggroep om het kerkverband te verlaten. Zolang de eenheid van het kerkverband in het gezamenlijk belijden van de kerken is gewaarborgd, is er geen grond voor afscheiding, maar reden voor verdraagzaamheid. Ook de Rijnsburggroep heeft de belijdenis aanvaard. Zij maakt onderdeel uit van een kerkverband waarvan de eenheid gelegen is in de belijdenis. Daarop heeft zij haar ja-woord gegeven. Daarom wordt zij opgeroepen, zoals Abigaïl David opriep om niet het recht in eigen handen te nemen, af te zien van verdere scheurmakerij en zich te voegen binnen de structuur van de CGK en de CGK Hoogeveen te aanvaarden als roepende kerk voor de komende generale synode. Daarmee wordt Woordbreuk door de Rijnsburggroep voorkomen en de eenheid bewaard. Die verdraagzaamheid is een Bijbels gegeven en een Bijbelse opdracht. Deze verdraagzaamheid is geen doel op zichzelf, maar zij dient uiteindelijk de Missio Dei. Verdraagzaamheid is daarom geen onverschilligheid, maar een integere houding om de ander te accepteren en de onderlinge vrede te bewaren. Eenheid op basis van de belijdenis van de kerk impliceert vrede, die door de kerken trouw bewaakt en bewaard moet worden, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.
________________
[1] 1 Samuel 25:22
[2] 1 Samuel 25:26
[3] Het ongelijk van collega Anton Egas (slot) – theologisch logboek. (2025b, december 11). https://bertloonstra.nl/recent/het-ongelijk-van-collega-anton-egas-slot…;
[4] Effusion - www.effusion.nl. (z.d.-g). Volkomenheid der Heilige Schrift om alleen te zijn een regel des geloofs | Nederlandse-Geloofsbelijdenis.nl. Belijdenis. https://www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl/artikel-7;
[5]Synode van Dordrecht-C. & Z./Nunspeet. (2019b). KERKORDE van de CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND, pagina 68
[6] Besluiten generale synode Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. (2022a). Besluiten generale synode Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland Dordrecht - Nunspeet 2019-2022. Geraadpleegd op 9 juni 2025, van https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/AC_052022_besluitenboekje_DIG…;

Reactie toevoegen