Tweeënzeventig waren het die Jezus twee aan twee uitzond. Tweeënzeventig anderen, zegt Lucas. Het was wel een behoorlijke groep mensen die Jezus uitzond naar iedere stad en plaats waar Jezus van plan was om naartoe te gaan. Apostelen zou je zeggen; ze zijn er immers op uitgestuurd om te vertellen dat het Koninkrijk van God nabij is. Nee, het waren niet de discipelen, maar anderen, zo schrijft Lucas. Deze tweeënzeventig hadden overigens wel vrijwel dezelfde opdracht die ook de discipelen hadden gehad.

Onbekend wie
Wie die tweeënzeventig mensen waren weten we niet, want ze worden aangeduid met ‘anderen’. De Statenvertaling heeft het over zeventig, maar hoe dan ook wie deze apostelen zijn, is onbekend. Ze komen ook niet meer verder voor in de Bijbel. Deze uitgezondenen hebben wel een groot mandaat, want ze moeten zieken genezen en Jezus zegt hen dat “Wie naar jullie luistert, luistert naar mij, en wie jullie afwijst, wijst mij af. En wie mij afwijst, wijst hem af die mij gezonden heeft.” En Jezus zegt nog iets opmerkelijks; “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.” En ze zijn super enthousiast als ze terugkomen van hun missie en aan Jezus daarover verslag uitbrengen. Jezus zelf is ook enthousiast, Hij lijkt ervan in extase te komen. Indrukwekkend. Wat er van deze apostelen is geworden, weten we niet. Waren ze erbij toen hij Jeruzalem werd binnengehaald door een enthousiast publiek dat hem toezong? Waren ze erbij in Getsemane en vluchtten ook zij weg bij Jezus toen Hij gevangen werd? We weten het niet.

Ook vrouwen
Wat we óók niet weten of het alleen mannen waren die erop gestuurd werden. Hij spreekt wel over dat de oogst groot is maar er te weinig arbeiders zijn, maar dat op zichzelf hoeft niet te betekenen dat Jezus alleen mannelijke apostelen zou hebben uitgezonden. Misschien was het vanzelfsprekend dat het mannen waren, maar dan is de keuze niet zozeer omdat het mannen waren, maar omdat kennelijk in die tijd, context en cultuur het vanzelf sprak dat mannen erop uitgestuurd werden. Er zouden dus ook vrouwen bij geweest kunnen zijn. Waarom niet? Natuurlijk, dat is speculatief, maar even speculatief als dat het enkel zou gaan over uitgezonden mannen. En als het ook vrouwen geweest kunnen zijn, wat zou dat dan betekenen voor de discussie over de openstelling van de ambten? Als Jezus zegt dat de uitgezondenen zich niet zouden moeten verheugen over het feit dat de geesten zich aan hen onderwerpen, maar omdat hun naam in de hemel opgetekend is, zouden dan alleen de namen van mannen in de hemel zijn opgetekend? We weten het niet, maar als Jezus vervolgens zegt dat aan Hem alles is toevertrouwd door Zijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren, lijken de woorden ‘iedereen’ en ‘wie de Zoon het wil openbaren’ niet exclusief te gaan over mannen, maar óók over vrouwen. Het was ook Lucas immers die vermeldde dat er met Jezus ook vrouwen meereisden; vrouwen die Hem nota bene verzorgden.

Maakt niet uit
Nee, de Evangelist laat zich er niet over uit wie het waren die door Jezus werden uitgezonden. Ook dat is misschien op zichzelf al een aanwijzing, namelijk dat het helemaal niet uitmaakt wie het koninkrijk van God mag verkondigen. Geen aanziens des persoons, geen man of vrouw, maar in Christus zijn beiden geroepen van Hem te getuigen. Zou dat niet de reden kunnen zijn dat Lucas zich er niet over uitlaat wie die anderen waren? Je leest er zomaar overheen; Jezus zond andere mensen dan de discipelen uit. En niet met een beperkt mandaat, maar met een volledige opdracht om op weg naar Jeruzalem in  alle steden en plaatsen alvast te vertellen over het Koninkrijk van God en de kracht daarvan te laten zien.

Gezaghebbend leidinggeven
Het is indrukwekkend dat Jezus kennelijk uit zijn gevolg tweeënzeventig mensen erop uit stuurde om van Hem te getuigen. En ook al weten we het niet toch is het goed om met de mogelijkheid rekening te houden dat onder hen vrouwen waren die als arbeiders voor de oogst werden uitgezonden. Het valt namelijk niet uit te sluiten. En als het niet valt uit te sluiten en Paulus duidelijk maakt dat in Jezus als de Christus het onderscheid tussen man en vrouw niet relevant is, ligt het ook voor de hand dat voor de verkondiging van het Evangelie, het gezaghebbend leidinggeven, het er werkelijk niet toe doet of dat mannen zijn of vrouwen. Die mogelijkheid alleen al zou tot grote voorzichtigheid moeten manen in de discussie over de openstelling van de ambten. Die tweeënzeventig door Jezus zelf uitgezondenen gaven gezaghebbend leiding door bij hun verkondiging zieken te genezen, maar ook doordat hun verkondiging gelijkgesteld wordt met het luisteren naar Jezus of het afwijzen van Hem. Wie de mogelijkheid negeert dat mogelijk ook vrouwen door Jezus uitgezonden werden, moet ook in de discussie over de ambten zich bedenken dat het uitsluiten van vrouwen uit gezaghebbende leidinggevende posities wel eens lijnrecht in zou kunnen gaan tegen wat de Heer zelf voor ogen staat. Dat is goed om te beseffen en te overdenken, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.

 

Reactie toevoegen

commentaar