Hoe langer hoe meer doen de conflicten binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken mij denken aan het conflict dat ontstond in Antiochië en dat uitmondde in de kerkelijke vergadering in Jeruzalem. Ook toen en daar was sprake van een diepgaand zo niet fundamenteel conflict waarbij de gemoederen hoog opliepen.

Diepgaand conflict

Terwijl Paulus en Barnabas waren teruggekeerd in Antiochië en de gemeente bijeengeroepen hadden om verslag uit te brengen van alles wat God door hen tot stand had gebracht en God voor heidenen de deur naar het geloof had geopend, ontstond kort daarop grote onenigheid. Vanuit Judea waren er een aantal leerlingen gekomen, die zonder enige opdracht daartoe van de apostelen en de oudsten van Jeruzalem, betoogden dat de uit de heidenen bekeerde broeders zich moesten laten besnijden. Zij beweerden dat zonder besnijdenis deze broeders niet konden worden gered. Over een diepgaand conflict gesproken! Zonder besnijdenis geen redding. Dan te bedenken dat Paulus en Barnabas kort daarvoor verslag hadden uitgebracht waaruit bleek dat de deur voor het geloof ook voor heidenen was geopend; in Derbe hadden Paulus en Barnabas door de verkondiging van het evangelie veel leerlingen gemaakt. Ook in Perge hebben ze de heilsboodschap verkondigd. Terug in Antiochië verdwijnt de euforie als sneeuw voor de zon. Immers, zonder besnijdenis geen redding. Voor onbesneden heidense gelovige is weliswaar de deur geopend van het geloof, maar daar heb je niks aan als je niet besneden bent.

Felle woordenstrijd

Wie Handelingen 15 leest, kan zich bijna niet aan de gedachte onttrekken dat Paulus en Barnabas als door een wesp gestoken op de Judese broeders reageren. Dit raakt immers aan de kern van hun werk; het verkondigen van het evangelie ook aan de heidenen waarvan zij binnen de gemeente van Antiochië hebben getuigd dat God zelf nota bene de deur naar het geloof had geopend. Ze hebben stad en land afgereisd en talloze ontberingen ondergaan om ook aan heidenen Gods redding in Jezus Christus te verkondigen. In Pisidië had Paulus nog gepreekt; daarin had hij onomwonden verkondigd dat alleen dankzij Jezus vergeving van zonden wordt verkondigd en dat iedereen die op grond van de wet van Mozes geen vrijspraak kon krijgen - niet een beetje -, maar geheel vrijgesproken wordt, mits hij gelooft in Jezus. Geloof in Jezus als enige grond en voorwaarde voor vergeving en vrijspraak van en bij God. En nu vertellen Judese broeders een heel ander verhaal; niet het geloof in Jezus geeft vergeving en vrijspraak, brengt dus redding teweeg, maar geloof en de besnijdenis op grond van de voorschriften van de wet van Mozes brengen redding. Hier gaat het om de waarheid van het evangelie. Als waar zou zijn wat deze Judese broeders beweren, hebben Paulus en Barnabas zich voor niets al die moeite getroost en simpelweg de verkeerde boodschap gebracht. Geen wonder dus dat het tot grote onenigheid leidde tussen enerzijds Paulus en Barnabas en anderzijds deze Judese broeders. Het mondde uit in een felle woordenstrijd.

Herhaling

Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken lijkt zich een herhaling van Handelingen 15 voor te doen; terwijl de kerken binnen het kerkverband zondag na zondag het evangelie verkondigen, mensen tot geloof en bekering oproepen, kinderen dopen en mensen openbare geloofsbelijdenis laten afleggen, catechese gegeven om ook de jeugd liefde voor God en geloof in Jezus bij te brengen, zijn er kerken die beweren dat de kerk alleen op Schrift en belijdenis staat als zij de boodschap van Gods Woord op hun manier wordt verstaan en men zich dus onthoudt van het openstellen van de ambten en zich onvoorwaardelijk houdt aan de kerkelijke uitspraak op dit punt. Daarentegen zijn er andere kerken die dit bestrijden en pleiten voor openstelling van de ambten om het evangelie te kunnen verkondigen en leerlingen te maken en de deur van het geloof te openen. Om die reden kunnen die kerken zich in sommige gevallen ook niet (langer) houden aan de geldende regel en besluiten zij de ambten open te stellen. Deze kwestie leidt tot grote onenigheid binnen de kerken; de dringende oproep vanuit de Generale synode om geen verdere besluiten te nemen wordt door sommige kerken genegeerd. Dat leidt ertoe dat de grote onenigheid ook is uitgemond in een felle woordenstrijd.

Op het bot verdeeld

Toen het conflict in Antiochië uit de hand dreigde te lopen, besloot de gemeente aldaar om de kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten in Jeruzalem. Paulus en Barnabas werden samen met enkele andere leerlingen door de gemeente van Antiochië naar Jeruzalem afgevaardigd. Onderweg naar Jeruzalem kunnen Paulus en Barnabas het niet nalaten om in Fenicië en Samaria aan die gemeenten uitvoerig te vertellen over de bekering van de heidenen wat bij alle gelovigen grote vreugde opwekte. Ook in de gemeente van Jeruzalem brachten ze daarover verslag uit, maar enkele gelovigen die tot de partij van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook niet-Joodse gelovigen, net als zij dus, dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden. Ook nu liepen de gemoederen hoog op zodat er ook hier een hevige woordenstrijd kwam. Hoe herkenbaar is dat voor gelovigen van vandaag en hoe herkenbaar binnen de Christelijke Gereformeerde kerken? Ook binnen het kerkverband zijn kerken tot op het bot verdeeld over, onder andere, de openstelling van de ambten en het zich houden aan de kerkelijke regels. Ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken mondt dit telkens uit in een hevige woordenstrijd, die zelfs verder dreigt te gaan dan alleen een woordenstrijd, maar ook tot een kerkstrijd, die zelfs tot een kerkbreuk kan leiden.

Wat strikt noodzakelijk is

En terwijl op dat moment in de vergadering de situatie dreigt te escaleren staat Petrus op; niet om voor te stellen de pauzeknop in te drukken of om de groep van de Farizeeën eens flink de les te lezen, maar om te vertellen over zijn roeping door God om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. Petrus maakt duidelijk dat het tegen Gods bedoeling is om op de schouders van de heiden-gelovige een juk te leggen dat de Joodse-gelovigen en hun voorouders ook zelf niet konden dragen; met andere woorden: de besnijdenis en het houden aan de wet van Mozes kon niet leiden tot vergeving van de zonde en de redding, want dat is alleen mogelijk dankzij Jezus. Petrus is er duidelijk over: je kunt alleen door de genade van de Heer Jezus worden gered. Kennelijk maakte dat indruk, want de woordenstrijd maakt plaats voor een stilzwijgen. Daarop begint Barnabas te vertellen over grote tekenen en wonderen die God door hen onder de heidenen had verricht. Daarmee onderstreepte hij wat Petrus had betoogd. Het betoog van Petrus bracht Jakobus tot de conclusie dat, aan de heidenen, die zich tot God bekeren, geen al te zware lasten moeten worden opgelegd. Opvallend daarbij is dat Jakobus hen niet opdraagt zich aan de wet van Mozes te houden, want, zo lijkt Jakobus te redeneren, die Mozaïsche wet wordt voldoende onder de aandacht gebracht. Jakobus’ voorstel wordt unaniem aanvaard.  In de besluittekst van de vergadering te Jeruzalem wordt de gedachtegang van Jakobus treffend geformuleerd doordat besluit inhoudt geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is.

Geen juk

Zou vandaag de dag niet dezelfde regel binnen de kerken moeten worden gehanteerd? geen verplichtingen die niet strikt noodzakelijk zijn. Toentertijd was het in Jeruzalem niet zomaar een regel, maar een besluit dat in overeenstemming met de Heilige Geest wordt geacht te zijn. Betekent dat dus dat alle kerkrechtelijke regels en besluiten naar willekeur en believen van de kerken al dan niet gevolgd kunnen worden? Het spreekt voor zich dat dit nooit de conclusie kan zijn van de regel van Jakobus om niet al te zware lasten op te leggen. Het kan wel een criterium zijn op basis waarvan beoordeeld wordt of afgesproken regels beslist noodzakelijk zijn. Is het beslist noodzakelijk om af te spreken dat de ambten zijn gesloten voor vrouwen? De indruk die soms lijkt te worden gewekt is dat met het openstellen van de ambten een kerkelijke afspraak wordt geschonden die de opmaat is om nog veel meer regels af te schaffen. Hoe verleidelijk deze glijdende-schaal-theorie ook is, zij is meer suggestie dan werkelijkheid. Regels en besluiten van praktische en organisatorische aard die gezamenlijk zijn overeengekomen, stuiten echt niet op weerstand en verzet. Misschien dat financiële afspraken voor sommige kerken tot nijpende situaties leiden, maar die regels en besluiten vormen geen juk dat niet te dragen valt. Daarentegen is een generiek verbod om ambten open te stellen wel een zwaarwegend juk voor kerken. Natuurlijk niet voor alle kerken. Er zijn er genoeg voor wie dat onderwerp wellicht zelfs niet eens speelt; er zijn echter ook kerken waar het wél speelt en ook al jarenlang speelt. Niet alleen kerken van samenwerkingsgemeenten, maar ook kerken als Zwolle. Zij zijn naar geweten ervan overtuigd dat ambten ook toegankelijk zijn voor vrouwen en ervaren in de praktijk moeite met het handhaven van de bestaande regel; dat wordt door hen als een juk ervaren. Als die ervaring er is en theologisch inhoudelijk komen kerken niet tot hetzelfde standpunt, wordt het dan geen tijd om het strikt noodzakelijkheidscriterium toe te passen? Is het strikt noodzakelijk? Daarvan zou sprake kunnen zijn  als Petrus, Paulus en Barnabas zou worden gevolgd door de de vraag te stellen of de redding door Jezus Christus daardoor in gevaar wordt gebracht. De gemeente van Antiochië werd opgedragen zich te onthouden van offervlees, vlees waar nog bloed in zit en van ontucht. Dat lijkt ten diepste te raken aan de kern van de redding: het offer van Jezus en zijn vergoten bloed en van een leven waar de zonde niet langer heerst; als iets van de zonde zichtbaar wordt, is het in ontucht. Zou dan niet de vraag zijn voor vandaag wat staat de redding en het offer van Christus in de weg en welk gedrag moet achterwege blijven om de redding in Christus niet te schaden? Is daarvoor een eenduidige ambtsvisie nodig? Moeten de kerken verplicht worden zich aan die regel te houden of is het een regel die niet strikt noodzakelijk is?

Niet Zwaar vallen

Als de regel niet strikt noodzakelijk is, is het wellicht ook niet nodig om elkaar zwaar te vallen dat de oproep om geen besluiten te nemen door sommige kerken wordt genegeerd. Ook in het gewone gezinsleven komt het voor dat er huisregels gelden waarvan de huisgenoten ook dringend wordt verzocht die te respecteren en zij ook beloven zich daaraan te zullen houden; en dan worden toch de huisregels overtreden. In sommige gevallen moet achteraf ook gezegd worden dat die regels te streng of onnodig waren. Dan kunnen ouders wel ervaren dat huisregels door de kinderen aan hun laars worden gelapt, maar moeten zij ook kunnen erkennen dat sommige huisregels niet strikt noodzakelijk zijn. Dan kun je beter de huisregels afschaffen dan je kinderen het huis uitzetten. Dan moet de overtreding verdragen worden, terwijl dat niet betekent dat daarmee dus alle huisregels op losse schroeven staan. Dat is niet zo.

Rust

Te knellende kerkelijke regels kunnen tot verwarring en verontrusting van het kerkelijk leven leiden, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken inmiddels al jarenlang ervaren. Dat lijkt weinig opbouwend en helpt niet om elkaar tot een hand en voet te zijn. Wellicht dat het kerkelijke conflict in Antiochië een lichtbaken kan zijn. Dat lijkt ook beter aan te sluiten bij de oproep van Jezus om zijn juk op ons te nemen en van Hem te leren want Jezus is zachtmoedig en nederig van hart. Dat zal de kerken rust geven, want Jezus’ juk is zacht en Zijn last is licht. Hij is de weg ten leven. Laten de kerken dan ook in dat spoor samen verder gaan. Dan doen we wat strikt noodzakelijk is, niet meer en niet minder. Beter Jezusjuk dan een synodale pauzeknop.  

 

 

Reactie toevoegen

commentaar