Deug(t)niet

  • Geplaatst op: 6 February 2020
  • Door: Hans Bügel

Inmiddels heeft de minister voor Rechtsbescherming gereageerd op de vragen van Kamerlid Van Nispen. De minister diende onder andere te reageren op de inhoud van twee van mijn bijdragen zijnde ‘Jantje van Leiden’ en ‘Dekkers doodzonde’. Wederom zijn de antwoorden onbevredigend omdat zij inhoudelijk niet deugen en bovendien niet ingaan op mijn argumentatie. Dat is teleurstellend.

Geen onderdeel stelsel rechtsbijstand
De minister houdt vol dat de Raad voor Rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand de bevoegdheid zou hebben om ervaring op te doen met nieuwe vormen van verlening van rechtsbijstand. Die bevoegdheid zou voortvloeien uit de taakomschrijving van artikel 7 Wrb; die taken zijn het zorgdragen voor de organisatie en verlening van rechtsbijstand. Blijkens de begripsbepalingen van artikel 1 Wrb gaat het bij rechtsbijstand om rechtskundige bijstand voorzover in de wet en de daarop berustende bepalingen geregeld. De minister stelt dat het organiseren van de rechtsbijstand mede omvat ‘het opdoen van ervaring met nieuwe vormen van verlening van rechtsbijstand’ De minister verzuimt te motiveren waar in artikel 7 lid 1 Wrb als taak is opgenomen dat de Raad voor Rechtsbijstand ervaring mag opdoen, laat staan ervaring met nieuwe vormen van verlening van rechtsbijstand. Dat staat nergens en is ook geen taak van de Raad voor Rechtsbijstand. De taken van de Raad voor Rechtsbijstand beperken zich immers tot het organiseren en verlenen van rechtsbijstand wat inhoudt ‘de rechtskundige bijstand aan een rechtzoekende ter zake van een rechtsbelang dat hem rechtstreeks en individueel aangaat’ binnen de kaders van de Wet op de rechtsbijstand. De zorg voor de organisatie en de verlening van de rechtsbijstand gaat dus louter en alleen om door de wet voorgeschreven rechtsbijstand. De pilot is niet meer dan een experiment om ervaring op te doen voor mogelijke toekomstige vormen van rechtsbijstand, maar toekomstige rechtsbijstand is niet in de wet opgenomen. De minister laat onbesproken hoe zijn eigen citaat uit zijn brief aan de Tweede Kamer d.d. 12 juni 2019 zich verhoudt tot de taken van de Raad voor Rechtsbijstand. Immers, het bewijs dat de pilot niet tot het takenpakket behoort, is het feit dat ook de minister vindt, met mij, dat de dienstverlening op grond van de pilot ‘geen onderdeel uitmaakt van het huidige stelsel van rechtsbijstand.’ Als de pilot niet behoort tot het huidige stelsel, zoals de minister zelf terecht opmerkt, dan kan de pilot niet tot het takenpakket horen. Immers de organisatie en verlening van rechtsbijstand beperkt zich tot rechtsbijstand binnen het huidige stelsel, dat is de Wet op de rechtsbijstand en de daarop rustende bepalingen. De minister spreekt zichzelf dus wederom, willens en wetens tegen. De weerlegging van mijn bijdragen deugt derhalve niet.

Pilot geen voorziening
Met de vaststelling dat de wet geen taak opdraagt aan de Raad voor Rechtsbijstand die bestaat uit een pilot, is ook gegeven dat de pilot geen voorziening in de zin van artikel 8 Wrb kan zijn. Artikel 8 lid 2 Wrb bepaalt immers expliciet dat een voorziening alleen maar kan worden getroffen met het oog op de uitoefening van haar taken. Nu vaststaat dat de pilot buiten het wettelijk stelsel valt, dat is buiten de Wet op rechtsbijstand en de daarop rustende bepalingen, behoort de pilot niet tot haar takenpakket. De Raad voor Rechtsbijstand kan haar dan ook niet inrichten als een voorziening, omdat een voorziening ten dienste moet staan van haar wettelijke  takenpakket. Nu vaststaat dat de pilot daartoe niet behoort, kan zij geen voorziening zijn in de zin van de wet. 

Privaatrechtelijke overeenkomst
Nu vaststaat dat de pilot geen voorziening kan zijn in de zin van de wet, blijft er geen andere conclusie over dan dat, voor zover LegalGuard juridische diensten verleent, dit gebaseerd is op een civielrechtelijke overeenkomst. Overigens delen ook de eigen juristen van het ministerie van Justitie en Veiligheid niet de lezing van minister Dekker dat de voorziening is vormgegeven in een privaatrechtelijke overeenkomst. Op 28 augustus 2018 geven zij immers aan dat zij van de Raad voor Rechtsbijstand begrijpen dat het de bedoeling is om een overeenkomst te sluit met LegalGuard. In dat kader verwijzen zij nadrukkelijk naar de verplichting van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand om regels te stellen met betrekking tot het aangaan van zo’n overeenkomst, ex artikel 13 lid 3 Wrb. Vervolgens bevestigt de Raad voor Rechtsbijstand deze lezing in een mail aan de Orde van Advocaten van 25 februari 2019. Daarin legt zij aan de Orde uit dat het departement van Justitie en Veiligheid haar erop gewezen heeft dat een constructie van een overeenkomst en subsidieregeling niet mogelijk is. Om die reden, zo verklaart zij, heeft zij besloten om de pilot onder de voorwaarden van een privaatrechtelijke overeenkomst met LegalGuard te laten verlopen. Dit laat in redelijkheid geen andere conclusie toe dan dat voor deze overeenkomst door het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand regels hadden moeten gesteld, zoals de wet voorschrijft, ex artikel 13 lid 3 Wrb.

Deug(t)niet!
Duidelijk is dat minister Dekker er zich opnieuw met een Jantje van Leiden vanaf maakt door de Tweede Kamer op het verkeerde been te zetten. De kamer wordt bewust onjuist geïnformeerd. Het wordt tijd dat de Tweede Kamer dit niet langer accepteert van een minister voor Rechtsbescherming. De reactie van deze minister op mijn bijdragen lijken mij een doodzonde; het deugt niet. Deug(t)niet, minister Dekker!

 

Reacties

Minister Dekker, neem toch eens uw verantwoording!! 

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Full HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.